phone +32 495 88 15 02

Verhalen

We geven graag een positief en realistisch beeld via verhalen van jullie voorgangers. Heb je zelf je verhaal opgeschreven? Mail het naar info@zwangerinbrussel.be!

Geboorte van Annabelle in het ziekenhuiskeyboard_arrow_down

1 juni 2020 ontdekte ik dat ik zwanger was van ons eerste kindje. Ons grootste avontuur ooit kon beginnen. 8 maanden lang was ik superfier op mijn groeiende buik en het wonder dat zich daarin afspeelde. Een klein, uniek wezentje was bezig zich te ontwikkelen en mijn lijf zorgde ervoor dat dat kon. Wauw!

Ik heb nooit getwijfeld over de begeleiding die ik wou tijdens mijn zwangerschap. Na de ervaring van mijn zus met de vroedvrouwen van Zwanger in Brussel stond het voor mij vast: ook ik wou door hen begeleid worden! Daarmee koos ik voor een aanpak die nog steeds eerder als ‘alternatief’ wordt beschouwd: geen bezoekjes en echo's bij een vaste gynaecoloog, maar maandelijkse opvolging bij de vroedvrouwen en slechts drie echo's gedurende de hele zwangerschap. Ik had er vertrouwen in dat, als de natuur zijn werk deed en alles goed liep, dat meer dan voldoende zou zijn.

Ondanks een vlotte zwangerschap waren mijn vriend en ik er altijd van overtuigd dat ik zou bevallen voor de uitgerekende datum. Toen ik op 36 weken iets te veel last kreeg van harde buiken, besloot ik dan ook om vervroegd te stoppen met werken en het rustig aan te doen. Je wist immers nooit wanneer de kleine spruit zich zou aandienen, toch?

Ik was heel blij toen ik de 37 weken aantikte. Ik mocht officieel bevallen met de vroedvrouwen! Er was echter nog geen enkel teken van een nakende bevalling. Week 38 ging voorbij en ook weken 39 en 40. Dat had ik nooit gedacht! Onze kleine meid was officieel voldragen en daar mocht ik best trots op zijn. De bevalling mocht van mij echter wel gaan komen. Ook al was ik heel graag zwanger, die nog steeds groter wordende buik begon nu wel echt, letterlijk en figuurlijk, te wegen.

Naast de wekelijkse opvolging door de vroedvrouwen tijdens de laatste maand, kwamen er na die grens van 40 weken ook de monitorafspraken in het ziekenhuis bij en viel het woord 'inleiding'. Daar had ik helemaal geen zin in! Ik wou zo natuurlijk mogelijk bevallen en begon thuis dan ook wat extra dingen te proberen die mijn lichaam misschien dat extra zetje zouden kunnen geven. Naast spinning babies oefeningen doen, zat ik ook veel op de zitbal, werden onze wandelingen (ondertussen door een prachtig sneeuwlandschap) alleen maar langer en deed ik bij thuiskomst nog een aantal verdiepingen trappen extra. Het mocht echter niet baten... 

Van Arlind had ik ondertussen het nummer van een voetreflexologe gekregen, maar in goede hoop belde ik nog niet meteen. Nadat echter ook het strippen op 41 weken niet was gelukt, waagde ik toch mijn kans. Gelukkig kon ik de volgende dag al bij haar terecht. Mijn vriend en ik besloten dat dit onze laatste poging was om de bevalling natuurlijk op gang te laten komen. Als dit niets uithaalde, legde ik mij er bij neer dat ik twee dagen later ingeleid zou worden in het ziekenhuis.

Dinsdagmiddag waagden we ons dus door het Brusselse verkeer richting Elsene. Na een voetmassage van een uur kwam ik volledig ontspannen en zen de praktijk weer buiten. Ook in de auto terug naar huis en voor de rest van de namiddag bleef ik heel bewust in mijn ontspannen bubbel. Ik sloot mij af voor alle prikkels van de buitenwereld en bleef in de sfeer die de voetreflexologe had gecreëerd. Tegen het avondeten voelde ik de eerste pijnlijke 'harde buiken' opkomen. 

Ik zonderde mij de rest van die avond af in de slaapkamer. Ik was er ondertussen van overtuigd dat dit het echte werk was, dit waren geen harde buiken maar weeën! Iets na 20u begon ik ze te timen. Toen mijn vriend die avond ging slapen, liet ik hem nog een beetje in het ongewisse zodat hij nog wat uren slaap kon meepakken. Met een 'ik denk dat het misschien begonnen is' en 'ik zal zien wanneer ik kom slapen' vertrok hij naar bed. 

Wat zacht licht en stilte waren alles wat ik nodig had om de volgende uren door te komen. Zittend in de zetel ving ik de weeën al ‘hummend’ op. Tegen 1u duurden alle weeën minstens een minuut en de pauzes tussen de 2 en 7 minuten. Echt regelmatig kon je dat dus niet noemen. Na wat twijfelen besloot ik na een uitzonderlijk lange en pijnlijke wee dat het misschien toch tijd was om de vroedvrouw te bellen. Een klein uurtje later stond Noa aan de deur. Wat volgde waren enkele gezellige uren. Tijdens elke wee stopte ons gesprek even en moedigde Noa mij zachtjes aan, waarna we weer verder babbelden. Ondertussen controleerde ze af en toe de hartslag van de baby. Om 4u werd er gekeken hoe ver de eventuele ontsluiting gevorderd was. Volledige verstrijking en 2-3 centimeter! Oef, de voorbije uren waren dus niet voor niets geweest.

Iets voor 5u maakte ik mijn vriend wakker en besloten we ook om te vertrekken richting ziekenhuis. Het was gelukkig erg rustig op de baan en na nog wat extra sightseeing (leve de Brusselse tunnels!) kwamen we dan toch vrij snel aan in het ziekenhuis. Daar was er een grote bevalkamer met bevalbad vrij voor mij. Hoera, ik zou in bad kunnen! Na een half uurtje monitor op de zitbal ving ik de weeën vooral staand op, hangend aan de armen van mijn vriend. De ontsluiting werd nog eens gecontroleerd: 4-5cm! Daarna ging ik voor het eerst in bad. Wat was dat warme water zalig. Terwijl ik in het bad zat, werd het buiten stilaan licht terwijl Brussel ontwaakte.

Uiteindelijk zou de bevalling nog tot half vier die middag duren. Hummend met een lage O-klank ving ik urenlang de weeën op, steeds opnieuw zacht aangemoedigd door Noa. Mijn lichaam zat in een soort van roes, waardoor ik totaal geen besef meer had van tijd. Ik ging uit bad om de weeën verder staand en op het bed op te vangen en ging later nog eens opnieuw in bad omdat de weeën langer werden en op een bepaald punt zelfs niet meer weggingen. Het warme water dat mijn vriend met veel geduld in achtjes over mijn onderrug liet lopen hielp, maar stilaan raakte ik uitgeput. De ontsluiting was een heel eind gevorderd, maar dat laatste stukje wou niet wijken. Het idee om toch een epidurale te krijgen, kwam dichterbij. Ik hield de boot echter nog even af en bleef bij mijn idee van een natuurlijke bevalling.

Om kwart voor drie was het genoeg geweest. Ik kwam weer uit bad en werd nog eens gecontroleerd. Net geen volledige ontsluiting... Ondertussen was ook Febe toegekomen om Noa af te lossen, aangezien het einde van de bevalling nog steeds niet in zicht was. Er werd besloten om toch de anesthesiste te bellen zodat ik met een epidurale even op adem kon komen om nog energie te hebben voor de persfase. Ik draaide op het bed alvast op mijn zij in afwachting van haar komst. Tot ik plotseling persdrang voelde! Een snelle check vertelde de vroedvrouwen dat het laatste randje tijdens een wee dan toch verstreek en ik mocht beginnen meepersen. Een kwartier later werd het hoofdje geboren en na nog twee weeën voelde ik een warm lijfje uit mij glibberen, de wachtende handen van Noa in. Eindelijk, na 41+4 dagen wachten en een bevalling van 20 uur, mocht ik opgelucht en doodmoe, maar zonder epidurale onze dochter in mijn armen sluiten. Welkom kleine Annabelle!

Terwijl Annabelle duidelijk haar komst liet horen, lieten we de navelstreng uitkloppen en twintig minuten later werd de placenta vlot geboren. Febe toonde mij het huisje waarin onze dochter al die tijd had gewoond. Ik moest gehecht worden, maar gelukkig zorgde het wondertje op mijn borst voor goede afleiding. Daarna kreeg Annabelle de eerste zorgen. We kozen ervoor om haar naveltje te laten afklemmen met een cordring, geen plastieken klem op de buik van onze kleine meid! Terwijl ze daarna genoot van het huid-op-huidcontact met haar papa kon ik voor het eerst naar toilet. Vreemd om op je benen te staan, zo net na een bevalling! Maar ik was ook heel blij dat ik dat na een net ontweken epidurale wel gewoon kon. Daarna werd ik in bed geïnstalleerd en werd ik, fier als een gieter, door de gangen van het ziekenhuis naar mijn kamer gereden.

Als ik terugkijk op de bevalling moet ik toegeven dat die best zwaar was. Aan het eind was ik écht doodop en zelfs na een erg korte persfase waren de handen van mijn vriend en Febe helemaal tot moes geknepen vrees ik. Toch duurde het niet lang voor ik alweer zei dat ik dit nog een tweede keer zou willen doen. Ik vond bevallen een erg mooie en krachtige ervaring en ben heel dankbaar dat ik dit op deze manier heb mogen meemaken. Vertrouwen op de natuur en de kracht van je eigen lichaam voelen, dat is hoe ik de bevalling wou beleven. En dankzij de begeleiding van de vroedvrouwen is dit ook gelukt!

Thuisgeboorte van Arthurkeyboard_arrow_down

Het is de tweede keer dat ik zwanger ben. Juliette werd 2 jaar geleden geboren na 12 uur arbeid die begon met gebroken vliezen. Ik was toen minder geïnformeerd over het verloop van de arbeid, hoewel ik ook zwangerschapscursussen had gevolgd. Ik koos de eerste keer voor een bevalling in het ziekenhuis, begeleid door mijn zus Julie, vroedvrouw in datzelfde ziekenhuis. Aangezien de arbeid toen begon met gebroken vliezen om 22 uur ’s avonds na een fixe wandeling en ik tot het laatste momentje had gewerkt, begon ik al vermoeid aan de bevalling. Ik was op van de zenuwen, gebruikte alle mogelijke technieken uit mijn cursussen, ging als een gek yoga-oefeningen doen, om dan uiteindelijk op 6 cm ontsluiting toch een epidurale verdoving te vragen. Uiteindelijk verliep die bevalling verder prima, maar ik was teleurgesteld, omdat ik het graag natuurlijk had gedaan en wilde het de volgende keer anders aanpakken. 

Baby 2 … 

Totaal onverwacht werd ik na 15 maanden in volle lock-down en nog volop borstvoeding gevend aan Juliette, opnieuw zwanger. Voor Juliette hadden we een heel IVF/icsi-traject moeten afleggen, maar deze baby had op geheel natuurlijke wijze zijn weg gevonden. Ik wilde deze keer echt heel graag zo natuurlijk mogelijk bevallen en besprak mijn gedachten en gevoelens met mijn zus. Het was zij die mij op het idee bracht om thuis te bevallen. Dat is best bijzonder, aangezien een ziekenhuisvroedvrouw toch een heel andere aanpak heeft dan bij een vroedvrouw die thuisbevallingen doet. Als zij het vertrouwde, vertrouwde ik het ook. Mijn keuze voor de begeleiding van mijn zwangerschap en de thuisbevalling viel meteen op Zwanger in Brussel. Ik had jaren gewerkt voor een borstvoedingsketen en kende de reputatie van de vroedvrouwen. Ik wist dat ik bij hen in goede handen was. 

Gynaecoloog vs. vroedvrouw 

Het verschil tussen de opvolging door de gynaecoloog en de vroedvrouwen vond ik gigantisch. Bij de gynaecoloog kreeg ik amper uitleg, moest alles heel snel gaan en ging het er een pak onpersoonlijker aan toe. Daarentegen had ik bij Zwanger in Brussel een veilig en warm gevoel. Ik werd professioneel opgevolgd, maar er was ook ruimte voor mijn emoties en ik kreeg een pak meer informatie en tips. 

Ik volgde bij Arlind ook een cursus hypnobirthing en las enkele prachtige boeken uit de bibliotheek in de praktrijk. Ter voorbereiding van de bevalling, plakte ik mijn WC vol met affirmaties. Bij de zwangerschap van Juliette, geloofde ik dat ik zeker over tijd zou gaan… ik beviel uiteindelijk 1 week vroeger dan verwacht. Bij deze zwangerschap, heb ik altijd gedacht dat ik zeker 2 weken vroeger zou bevallen. Om te vermijden dat ik vermoeid aan de arbeid zou beginnen, stopte ik deze keer wel op tijd met werken. Dat gaf mij ruimte om mij zowel mentaal als fysiek goed voor te bereiden. Ik las tot op het laatste moment mooie bevallingsverhalen uit het boek “Bollebuiken in beweging” van Leen Massy. Van zodra ik mijn “magische 37 weken” (vanaf dan mag je officieel thuis bevallen) had gehaald, geloofde ik dat mijn baby op het perfecte moment zou geboren worden. En zo ging het ook! 

Het bevallingsverhaal 

Ik had een aantal wensen voor deze bevalling: 

  • Uiteraard wilde ik graag dat mijn echtgenoot aanwezig was 
  • Ik wilde graag dat mijn zus aanwezig was 
  • Ik wilde graag thuis bevallen onder begeleiding van Zwanger in Brussel 
  • Ik wilde geen verdoving 
  • Ik wilde tijdens de arbeid graag gebruik maken van een bad 

Zondag 17 januari is een prachtige, ijskoude winterdag. Ik maak met mijn mama en peuter een wandeling door het natuurgebied vlakbij. Ik ben al 10 dagen in moederschapsrust en geniet intens van de quality-time met mijn peuter. Ik doe dutjes met haar en lees tussendoor over hypno-birthing, bevallingsverhalen etc. Ik heb al enkele dagen lichte contracties, zonder regelmaat. Ik voel mij nog prima, maar besef dat de geboorte eraan komt. Mijn zus werkt t.e.m. dinsdag elke nacht in het ziekenhuis, dus ik hoop stiekem dat de baby het nog even volhoudt, zodat ze zeker bij de bevalling aanwezig kan zijn. Tijdens mijn toiletbezoeken word ik telkens gemotiveerd door de quote “My baby will be born at the perfect time”. Deze zondag verloopt verder rustig en wanneer mijn man ’s avonds thuis komt van het werk, timen we de contracties. Ze komen om de 8 à 9 minuten. Even later merk ik bloedverlies op. Ik bel in eerste instantie mijn zus. Voor ze aan haar nachtshift begint, komt ze even langs om mij te onderzoeken. Ik heb 2 cm ontsluiting en het bloedverlies komt van de slijmprop. Mijn zus verwacht dat de bevalling is begonnen en we vragen mijn mama om onze dochter op te halen voor een sleepover, zodat wij in alle rust aan de arbeid kunnen beginnen. 

Uiteindelijk verloopt de rest van de avond erg rustig. Mijn man en ik genieten nog van onze favoriete zondagavondserie en kruipen op tijd in bed. We slapen goed en worden tot onze verbazing ’s anderendaags wakker zonder dat de arbeid echt op gang is gekomen. We nemen contact op met Zwanger in Brussel en zij geven nog enkele tips. De contracties blijven zich ook maandag lichtjes herhalen om de 9 minuten. Als we maandagavond in bed kruipen, vragen we opnieuw mijn mama om stand-by te blijven. 

Tegen 3u word ik wakker en bellen we Febe van Zwanger in Brussel, omdat de weeën nu toch pittiger worden. Ik neem op haar aanraden nog even een bad, maar om 4u13, vragen we haar toch om langs te komen. Dat is ook het moment waarop Juliette wakker wordt en met moeke vertrekt om daar verder te slapen. Als Febe mij om 5 uur onderzoekt, heb ik 7 cm ontsluiting. Ik voel enorme opluchting, want bij mijn eerste bevalling was ik nooit zonder epidurale bij 7 cm geraakt. Ik stond dus al verder en wist dat het deze keer wel zou lukken. Ik vond de weeën ook een pak draaglijker en maakte dankbaar gebruik van de ademhalingstechnieken uit de hypnobirthing cursus. Febe gaf ook nog enkele oefeningen mee uit de spinning babies om het indalen te bevorderen. De weeën blijven om de 5 minuten komen, dus ik heb de luxe om tussendoor echt goed bij te komen. Is dit een droombevalling? Of droom ik gewoon een beetje? 

Tegen 7 uur komt Elke toe. Het geeft mij een goed gevoel dat Elke er is, want ik ken haar van mijn periode bij de borstvoedingsketen en weet dat zij geweldig is. Om 8 uur ga ik in bad en hoe hemels voelt dat? Dit werkt een pak meer pijnverdovend dan mijn epidurale tijdens mijn eerste bevalling. Dit had ik nooit verwacht. Ik blijf wel een uur genieten van het heerlijke warme water. Intussen zit mijn zus haar nachtshift erop en haast ze zich naar ons huis. Iedereen verwacht dat ik nu snel ga bevallen, maar uiteindelijk breken mijn vliezen pas spontaan om 12 uur. Om 12u10 wandelt de poetsvrouw binnen langs de voordeur… Oeps! Die was ik vergeten annuleren. Ze wordt even snel terug weg gestuurd door Elke. Klein intermezzo in het heetst van de strijd. 

Om 12u15 wordt Arthur geboren… 4,100kg. Bij de laatste controle had de gynaecoloog 3,5 kg voorspeld. Arthur kwam… fur et à mesnure… hij is kern gezond, de navelstreng wordt uitgeklopt en de placenta wordt een half uurtje later geboren. 

Wat een prachtige bevalling! Ik voelde mij zo gesteund door de 3 straffe vrouwen rond mijn bed en mijn man aan mijn hoofd. Het was alsof er zich een energieveld vormde rond mij dat mij kracht gaf voor het persen. Ik zou het bijna een spirituele ervaring noemen. Ik durf zeggen… ik heb genoten van deze bevalling en ja natuurlijk deed het pijn, maar het was zó de moeite! Een onvergetelijke ervaring. 

Bedankt Febe, Elke, mijn zus Julie en mijn eeuwige steun en trotse papa van onze kindjes Sven. 

Deze tips geef ik nog graag mee: 

  • Zorg bij een thuisbevalling voor voldoende hulp: 
    • Je partner om je mentaal en fysiek bij te staan 
    • Iemand om kleine boodschappen te doen (apotheker) 
    • Iemand om eventueel andere kindjes op te vangen  
    • Kraamkost ;-) 
    • ...
  • Ga op 37 weken nog even langs bij de osteopaat 
  • Reserveer het bevallingsbad

Thuisgeboorte van Irmgardkeyboard_arrow_down

This is the story of Irmgard’s birth. She came five days after her due date and was healthy and strong at 52.5 cm and 4.750 g.

Give me a planned caesarean birth well ahead of the due date so that I never need to feel contractions, put me under full anesthesia and wake me up when it’s over - this is what I used to think about birth. So how did I end up giving birth the natural way, at home with two midwives?

I will start with giving you the actual birth story before I will describe the path that got me there.

During my pregnancy, thankfully I had none of the serious issues that can arise, such a diabetes or high blood pressure but I had every other annoying symptom that exists - extreme exhaustion, bad hip pain, awful heartburn and so on and so forth.

So on 30 November I woke up as grumpy as ever, every movement hurt and I crawled out of bed in slow motion, with several breaks to catch my breath. I had gone past my due date and I had a monitoring at a hospital scheduled for that day to check whether the baby was still doing well. In the afternoon I would go to my first reflexology appointment with a lady who said she could trigger labour with a foot massage.

Apart from some random isolated contractions here and there over the past weeks I had no signs of labour starting, and I was very eager to avoid a medical induction as I knew all the consequences this would have on the birth.

I went about my day as usual, dropped my three year old daughter at kindergarten, went to the monitoring which confirmed that everything was fine, picked up my daughter and took her with me to the reflexology appointment. Then we went home and I prepared dinner.

The reflexology must have been successful because that evening contractions started. For a long while, I wasn’t sure whether these would be real, meaningful contractions. To me, they were strange because they came in short intervals, every 2-3 minutes, and were very light. In hindsight I think it was my body trying to catch my attention and trying to gently tell me to get ready for the birth.

As the contractions didn’t go away I called my midwife to describe how I felt. She thanked me for the update, reassured me and told me that I should call her again when I notice a change in the pattern.

So I continued reading books to my daughter. At 20h I hesitated to put her to bed. In case this was really the birth starting to happen, I wanted her to be at a good friend’s place so that I could focus on the labour. I am a single mom and one of my friends who had kids the same age had offered to help. As there were restrictions of movement due to the Covid pandemic, the midwife had given me a letter for my friend, which she could show in case of a police control during the curfew. I called her and we decided that she would come to pick up my daughter now to spend the night at her house, just in case.

And so, a bit after 21h my daughter climbed into my friend’s car and I waved as they drove off.

I went back into my apartment and suddenly felt relief that I could start to focus on my baby and my body. I took this as a sign that probably the birth was really about to happen.

I filled the dishwasher, started the Spotify playlist ‘Peaceful Piano’ and put on my comfortable woollen socks. I turned off the big lights and put small electric LED tea lights on instead - a few lights in every corner as I didn’t know where I would feel most comfortable labouring and as I didn’t want to have to rearrange the LED candles later.

I made myself comfortable on the sofa and briefly  read my favourite birth affirmations again. I had printed the ones I liked best. Then I opened the Freya hypnobirthing app and started to time the contractions. The app offers guided meditation in between contractions and I tried that for a bit, but got annoyed by the voice. I enjoyed the complete calmness more, just with a bit of piano background music at very low volume. Contractions were very irregular and I hoped they wouldn’t stop.

To do something constructive, I decided to actively try to relax as best as I could, by applying the calm breathing technique for the opening phase of labour (even though contractions were very light and didn’t require breathing through them) and I curled up on the sofa, closed my eyes and napped in between contractions. This made my contractions become more spaced out, with many minutes between them, but I think it overall helped with the opening of the cervix and thus the progress of labour.

I tried my best to get in ‘the zone’ where time is not important any more, the brain is shut down to minimum activity and where I just floated on the gentle waves that were my contractions and accepted everything as it came, being at peace with either outcome (birth or no birth).

On two more occasions I called the midwife to update her, and at 1 a.m. I told her that I would prefer her to come over as then I was sure that the contractions were good ones and wouldn’t go away.

The two midwives finished at another birth they were attending and arrived at my apartment at 1h45.

As soon as they set foot into my apartment the contractions became a lot stronger. There were always many minutes between them and I asked for my dilation to be checked, out of curiosity. I found it motivating to hear that I was already at 6 cm. And I loved the fact that this was the only check done concerning my dilation. The midwives stayed calmly in the background and didn’t do anything unnecessary.

They listened to my baby every now and then, and everything was fine. From then onwards the midwives wrote a protocol, which is useful as I didn’t keep track of the time.

I tried out different positions to see what felt most comfortable, and ended up kneeling on a yoga mat on the floor, leaning with my upper body on one of the sofas.

In about an hour I went from 6 cm to feeling the urge to push. During that hour the transition took place, which is the one phase of labour which I find less pleasant. This was when I asked the midwives whether they happened to have any magical solution to ease the pain. They didn’t, but they did offer advice which proved helpful. They reminded me that this intensity meant that I was really close to holding my baby in my arms. And this was very true. I reminded myself some of my favourite birth affirmations: Each wave takes me closer to my baby. I can do anything for a minute. And: My body is made for giving birth.

I had been completely quiet so far but during the transition I found it helpful to humm and moan. Altogether I think it is fair to say that throughout the birth the atmosphere was calm and peaceful.

One of the truths about childbirth which surprised me most when I first experienced it is that during the breaks in between contractions I would actually feel completely fine. During the final hour my preference was to continue focusing on breathing deeply and calmly also during the breaks. I followed advice from my prenatal yoga sessions and imagined how I transported oxygen to my uterus and my baby, and how the oxygen filled the uterus with strength and the baby with courage to come earthside.

During all this time I hadn’t thought about my clothes and I was still wearing my outfit of the day. So when shortly before 3 a.m. I started to feel the urge to push I first asked the midwives whether it was ok to push- to which they replied yes- and I also asked them to help me out of my trousers. With the next contraction I started to push. After eight minutes of pushing, on 1 December at 3h04 my wonderful daughter Irmgard made her appearance in this world. My waters had broken just before I started to push.

I felt immensely relieved and in love. I also felt so grateful that I could hold her in my arms uninterruptedly, and that I had been able to stay at home throughout.

Birth hormones are amazing and powerful. I wish every mother got to experience them fully. Immediately after the birth I felt amazing. All the aches, the hip pain, the back pain and all other pregnancy symptoms were gone and I can wholeheartedly say that I do not miss them! I could walk without pain again. I felt so happy and fit for a good 48 hours after birth, then the effect wore off slowly. As I had been able to feel where I was pushing baby‘s head, I didn’t have injuries to speak of due to the birth. There was one superficial tear which the midwives treated with two stitches. They said the stitches were optional and that I could heal without if I wanted, provided that I rested a lot. But this, with a three year old at home, is not realistic.

The midwives and me laughed when Irmgard was finally weighed and scored a whopping 4 kg and 750 g. She was my big, beautiful baby. She still had quite a lot of vernix on her skin, which goes to show that she had needed those five extra days in the uterus to be ready. She too was calm during the birth and only cried a little bit during the skin to skin time, when she felt cold briefly. I like to think that babies can feel what their mother is feeling, while they are inside the uterus. In my opinion, if the mother feels good, safe and in control of the situation, then the baby will have it easier to trust that the unknown world outside the uterus is worth travelling to.

There are so many things about birth which we don’t fully comprehend yet, but I like to think that being numbed by medication bears the risk of depriving the baby and the mother from some of the best parts of birth: bonding fully without interference; the full dose of happiness and love hormones as gifted to us by Mother Nature. At a level which ensures that the mother won’t develop a depression postpartum. I like to believe that it also prevents depression in babies, and / or gives them a more pleasant start to life outside the uterus.

Different types of depression run In my family unfortunately. My mother fell into depression after her caesarean births at the hospital. Interestingly, both my grandmothers had given birth to all their children (5 and 7) at home, just like their mothers had done before them, and didn’t have this problem.

If even just a brief separation of mother and baby too soon after the birth, to measure or wash the baby, can trigger postpartum depression, to the point where many hospitals have changed their procedures to allow for longer skin to skin contact, then I personally wouldn’t be surprised if drugs or anesthesia, with their effects on hormone levels, had negative effects with greater repercussions than what we currently know.

I look back at Irmgard’s birth and I am convinced that I had it easier than had I given birth at the hospital. I am sure that I chose the easy solution, especially if you look at the full picture including the days and weeks after birth. I didn’t fall into depression. I didn’t need to heal from being cut. I didn’t have complications in my back from an epidural, nor on my belly from a caesarean. Both myself and my baby were awake and well immediately after birth, we started to breastfeed right after birth and we have a beautiful, strong bond. Nobody was traumatised in the birth process.

This was my second home birth with the help of midwives. I had my first daughter at home too, three years ago, and it was also a profoundly positive experience.

So how come I went for midwife led, drug free births?

It was eye opening to read positive birth stories of other women. Just like most other first time moms, I had never witnessed a birth, and the women I knew didn’t really talk about their births. But some of these birth stories were so positive and reassuring. How could it be possible that some women had fond memories of an event which I always thought of as dreadful?

I was intrigued and decided to dig deeper. I read more than 25 books about childbirth during my first pregnancy. The more I learned about how birth actually works, the more I understood that I needed the best possible environment in order to increase my chances of a good outcome.

At this point it is important to clarify that there exist different definitions of what a good outcome in childbirth actually means. Some care providers put the bar extremely low: as long as both the mother and the baby survive the birth, they will pretty much congratulate themselves on a ‘successful’ outcome. This, to me, is simply not enough. I want to protect my baby and myself from birth trauma and injury. I do not want any of us to be numbed by drugs which could hinder the natural flow of hormones during birth.
Birth trauma is so common. The women I knew didn’t really talk about the specifics of their births beyond saying how many hours labour lasted. Those who had a humiliating, scary or overwhelming experience didn’t want to tell the details for obvious reasons. And those who had a good experience didn’t want to describe the details for fear of being seen as ‘bragging’. I think in our culture, as long as heavily medicated births are what most women experience as ‘normal’, talking about our births will remain difficult. But we need to write down our birth stories and share them, so that women who want to can read them and expand their mind to the very real possibility that they too can have a positive, empowering birth experience.

Irmgard’s birth was a quick and uneventful birth and I felt great afterwards. If I can do it, then every woman can. If the birth support system is the right one!

To be clear, in my view the problem lies with the support system if you don’t get the birth experience you want. Every birth follows its own rhythm and needs to be supported, not steered from the outside. If you are given the choice between birth in an environment where you need to follow an externally dictated protocol, with rules and procedures, or an environment with personalised care of one stable expert in natural childbirth (a.k.a. an independent midwife) and you will be given this choice only if your pregnancy is considered low risk, then I’d warmly recommend you to go for a midwife.

I am 39 years old (thus labelled a ‘geriatric pregnancy’), overweight and not exactly sporty.  Throughout the pregnancy I had bad hip pain and I was so tired. I had to put a chair in my kitchen to rest in between cooking. I was out of breath after walking for a minute. During the last month I couldn’t even follow the wonderful and gentle prenatal yoga sessions via zoom any more.

My baby is an in vitro baby, I had to follow fertility treatments in order to get pregnant. I am also a single mom by choice, so I didn’t have a partner with me for the birth.

The advice which I would give every pregnant woman because I believe it really increases your chances of a good birth outcome is to read birth stories. Reading the stories of other women who tell you what their actual birth was like taught me so much.

It opened my mind to the actual possibility that birth can be a beautiful, calm and empowering experience. That it doesn’t have to be the way it is portrayed in the movies : a violent near-death experience, loud, messy, with panic moments and, you know, blood everywhere. A long ordeal after which against all odds mom and baby are surprisingly both alive.

To me a good birth is where the mother is allowed to feel safe and respected at all times, so that she can go with the flow of birth easily and naturally, and is able to focus on her body and her baby and can send it positive, encouraging thoughts.

The birth of my baby girl was like that : she and I remained calm throughout, I never felt stressed, overwhelmed or pushed into anything I didn’t want, I never felt like losing control.

In our societies midwives are at a disadvantage compared to gynaecologists. Women grow up with routine gynaecologist appointments for their care, and they never actually meet a midwife unless they actively reach out to one. So it feels easy to go with what the gyn says and while there are many women who get a successful outcome this way, an awfully high number of women don’t.

In my circle of friends, there is one who was shown her room at the hospital, hooked on to the surveillance monitors and then completely left alone. She had questions and wanted to be guided and receive reassurance, but there was no space for that. She spent a very long and very lonely night labouring until in the morning she asked for medical pain relief out of exhaustion and to finally get the attention of the hospital staff. Her doctor, she was told, would come to catch the baby and she should not bother him before that, after all he had many other patients to see.

Another friend was told that her baby would be’huge’ at more than 4 kg, and the hospital staff were visibly nervous because of that. She had laboured well at home before checking in, but then the hospital staff wanted to fetch him urgently and used a forceps delivery which means she was cut open. As there was a lot of stress and hurry, the epidural which she was given because it was protocol in this hospital for forceps, didn’t have time to work. The baby was also injured during this delivery. Finally, my friend  was given a 2.800g baby and has complications due to the episiotomy to this day.

My story could have very easily turned out this way as well. I know that I labour well in a quiet, familiar environment and I would very likely not have advanced as quickly at a hospital. The rules that say that I need to have progressed a certain minimum amount in a specific timeframe would have stressed me a lot. The feeling of stress is counterproductive to birth, as birth is all about relaxing and opening the cervix. To conclude, I feel incredibly relieved and happy that I didn’t have to deal with these issues. Choosing your care provider and the environment in which you give birth is key to a successful outcome.

Geboorte van Lize in het ziekenhuiskeyboard_arrow_down

Het verhaal van de geboorte van Lize in het ziekenhuis, eerste kindje voor haar mama en papa.

Na een zo goed als zorgeloze zwangerschap ging eind januari, een tiental dagen voor mijn uitgerekende datum, mijn moederschapsrust in. Hoewel ik tot op het einde graag en hard was blijven doorwerken, werd mijn buik de laatste weken toch behoorlijk zwaar… Ik was dan ook dankbaar om de onvoorspelbare hoeveelheid ‘me-time’ die me nog gegund werd vooraleer ik voor het eerst mama zou worden. Met volle teugen genoot ik van lunchdates met vriendinnen, een middagje zwemmen, lezen en series kijken. De praktische voorbereidingen voor de komst van onze dochter waren klaar en dankzij de infoavonden en consultaties bij Zwanger In Brussel voelde ik me ook mentaal zo goed als mogelijk voorbereid op de bevalling. Er restte dus niets meer dan genieten van de ‘stilte voor de storm’ en wachten op de eerste signalen die de geboorte zouden aankondigen. En die signalen lieten niet lang op zich wachten… 

Donderdag 1 februari verlies ik ’s avonds de slijmprop. Op de belbrief lees ik dat dit meestal een teken is dat de bevalling er aan komt, maar dat het evengoed nog een paar dagen kan duren. Ik ga dus gewoon verder met mijn dagelijkse bezigheden, maar vertel wel aan mijn man dat het volgens mij bijna zover is, zodat hij morgen op zijn werk zeker stand-by blijft en er rekening mee kan houden dat hij na het weekend mogelijk zijn vaderschapsverlof zal mogen opnemen. ’s Nachts kan ik de slaap niet vatten door de voorweeën, die een tijdlang om de vijf minuten komen maar nog heel goed hanteerbaar zijn en naar het einde van de nacht weer wegzakken. Vrijdag probeer ik zoveel mogelijk mijn gedachten te verzetten. Ik maak nog een kleine wandeling en maak pannenkoekenbeslag voor ‘s avonds (het is immers Lichtmis!). De pannenkoeken smaken mij echter niet, mijn maag lijkt te protesteren. Een teken aan de wand?

Mijn man en ik zijn nauwelijks gaan slapen of de contracties beginnen weer. Ze zijn pijnlijker dan de afgelopen nacht, maar weerom nog goed te verdragen. Ik besluit om met kersenpitkussen en dekentje naar de zetel te verhuizen en breng daar de hele nacht door. Met een app op mijn GSM time ik de tussenpauzes tussen de weeën en ondertussen probeer ik nog zoveel mogelijk te rusten. Soms zitten er vijf minuten tussen twee weeën, dan weer zeven of acht… De belbrief zegt pas te bellen als de contracties een uur lang om de vijf minuten komen, dus dat betekent dat het nog steeds niet echt begonnen is. Tegen zaterdagochtend ben ik zo moe en onzeker dat ik toch besluit om even te telefoneren om advies te vragen. Elke raadt aan om een paracetamol te nemen en terug onder de wol te kruipen. Ik volg haar suggestie op (en zal haar later vandaag nog dankbaar zijn om deze gouden tip nog eventjes rust te nemen!), maar hoop toch stilletjes dat de weeën zich spoedig echt zullen doorzetten, want nog enkele nachten van dit ‘voorwerk’ zouden me behoorlijk uitputten. Ik breng de ochtend en middag in bed door terwijl de lichte contracties aan regelmaat winnen om dan weer weg te zakken. Om te ontspannen neem ik een warm bad, maar dat brengt helaas niet veel verlichting. In de namiddag beginnen de weeën dan toch eindelijk krachtiger te worden: ik kan ze niet meer opvangen zonder er geluid bij te produceren. Ik kom het bed uit en zoek het gezelschap van mijn man in de living op, waar ik de weeën afwacht en opvang op de zitbal. Tot twee maal toe zitten er vijftig minuten lang vijf minuten of minder tussen twee contracties en dan… zakken de weeën weer weg. Dit wordt stilaan frustrerend… Terug een paracetamol dan maar, en terug het bed in. Onder de warme dekens kom ik echter aan niet veel rust meer toe. Manlief hoort mij vanuit de living op gezette tijden kreunen en komt af en toe kijken en vragen hoe het met me gaat en of hij iets kan doen. Voorlopig blijf ik echter het liefst alleen in het donker liggen. 

Tot rond 17u de weeën onomkeerbaar stevig op gang komen. Ik vat moed nu ik de indruk krijg dat het ‘echte werk’ eindelijk begonnen is en verhuis naar de living, waar ik de contracties opnieuw opvang op de zitbal. Ik probeer ademhalingsoefeningen uit de cursus zwangerschapsyoga toe te passen. Ook herinner ik mij de voornaamste boodschap uit het boek‘Duik in je weeën’: ik probeer de weeën te beleven als golven waar ik me niet door laat overspoelen, maar waarop ik mee surf en waarvan ik weet dat ze ook weer voorbij zullen gaan. Het helpt me om met de toenemende pijn om te gaan. Meer en meer voel ik me in mezelf keren. Het timen van de tussenpauzes tussen de weeën is nu de taak van mijn echtgenoot, net als het aanvoeren van glazen water en tassen warme kippenbouillon met cracotten. En ja, eindelijk begint het vooruit te gaan: al gauw ben ik een uur bezig met pauzes van slechts drie à vier minuten! Mijn man besluit opnieuw de vroedvrouwen te bellen en krijgt dit keer Hanne aan de lijn, die vertelt dat ze zal langskomen om te kijken hoe het vordert. 

De avond valt en tegen 18u arriveert Hanne. Haar aanmoedigingen en geruststellende woorden geven mij het vertrouwen dat ik goed bezig ben. Na zo even rustig bij ons te hebben gezeten stelt ze voor om mijn ontsluiting te checken. Mijn gevoel van blijdschap is groot wanneer die al vijf centimeter blijkt te zijn! Al het milde voorwerk blijkt dus niet voor niets geweest, de arbeid is nu echt ingezet! Hanne stelt voor om niet te lang te wachten met naar het ziekenhuis gaan als ik daar nog wat tijd wil doorbrengen vooraleer "le moment suprême" zich aandient. De grote verloskamer (met bad, touwen, zitbal) waar ik graag wil bevallen blijkt vrij, dus rond 19u (nadat mijn man nog snel iets voedzaam verorberd heeft) vatten we de tocht richting Kliniek Sint-Jan aan, Hanne met de fiets en mijn man en ik met de auto. We wonen op nauwelijks drie kilometer van het ziekenhuis en toch lijkt de autorit eindeloos lang te duren… Het Brusselse verkeer zit ook op deze dag helaas niet mee. Bij elke wee kronkel ik op de passagierszetel. In mijn achterhoofd vraag ik me nog af wat de chauffeurs om ons heen hiervan moeten denken, maar echt veel kan het me niet meer deren. Die bezorgdheid om wat anderen wel van me moeten denken valt helemaal weg van zodra we via de volle wachtzaal van de spoed het ziekenhuis betreden en ik aan de inschrijfbalie vrijwel meteen op de grond zak om op handen en knieën een hevige wee op te vangen. De kracht van de natuur begint het stilaan over te nemen en ik kan niet anders dan er aan toegeven en instinctief meegaan in wat er in mijn lichaam gaande is.

Mijn man duwt mij in een rolstoel richting verloskwartier. We kruisen een aantal mensen die mij succes toewensen (is het zo duidelijk dat ik aan het bevallen ben?), dat geeft moed. Eens in de verloskamer aangekomen moet ik al snel overgeven, het weinige voedsel dat ik vandaag heb binnengekregen, is er alweer uit. Gelukkig zit er Aquarius en druivensuiker in mijn bevallingskoffer om de komende uren te overbruggen. De lichten in de verloskamer zijn sfeervol gedimd en behalve Hanne, Elke en manlief is er niemand aanwezig. Het stelt mij erg op mijn gemak dat ik op dit uitdagend en kwetsbaar moment in mijn leven omringd ben door mensen die ik vertrouw. Al snel vind ik een comfortabele positie om de weeën op te vangen: op mijn knieën op bed, met mijn armen en hoofd rustend op een bal. Ondertussen controleert Hanne de harttonen van ons kindje, die blijken goed te zijn. De weeën worden steeds heviger en mijn man kan dit aan den lijve ondervinden omdat ik hem telkens heel hard in zijn arm knijp. Met de andere hand probeert hij de pijn te verzachten door tijdens de weeën stevig druk te zetten op mijn onderrug. Elke en Hanne blijven bemoedigende woorden mijn richting uit sturen, maar ik ga intussen zo op in wat er in mijn lichaam gebeurt dat gesprekken om mij heen mij grotendeels ontgaan. 

Rond 21u stellen Hanne en Elke voor dat ik nog even naar het toilet probeer te gaan. Plassen lukt niet meer, maar eens op de wc-bril gezeten breken plots mijn vliezen. Het voelt als een ballon die knapt in mijn buik en de pijn is op dat moment toch wel overweldigend. Ik hoor mezelf ongecontroleerd gillen en laat mij door mijn man en Hanne terug richting het bed begeleiden. Ondertussen heb ik volledige ontsluiting en voel ik stilaan de befaamde persdrang opkomen. Ik had me vooraf afgevraagd hoe dit zou voelen en of ik zou weten wat ik zou moeten doen. Dit blijkt zichzelf uit te wijzen. Terwijl mijn man zacht en liefdevol naast mij aanwezig is (en zijn arm gewillig blijft aanbieden voor mijn geknijp), hoor ik Elke zeggen dat het goed vooruit gaat voor een eerste kindje en dat ik goed bezig ben. Dat geeft moed voor deze laatste fase. Eindelijk mag ik actief meewerken en de pijn letterlijk wegduwen. Terwijl Hanne van nabij alles in de gaten houdt, vult Elke nog het bad en zet ze de baarkruk klaar, voor het geval ik van positie zou willen veranderen. Op voorhand had ik verwacht het bad graag te willen uitproberen, maar nu voel ik me toch vooral comfortabel op handen en knieën op het bed. Bijna onmerkbaar monitoren Elke en Hanne de harttonen van ons kindje terwijl ik bij elke perswee mijn krachten bundel om haar geboren te laten worden. Het lijkt goed vooruit te gaan en Hanne trekt alvast haar handschoenen aan. Tussen de weeën door duwt Elke af en toe een nat washandje tegen mijn perineum, een zacht en respectvol gebaar dat erg aangenaam aanvoelt. Ze fluistert tegen mijn man dat de geboorte zeker nog voor 3 februari zal zijn. 

Tegelijkertijd voel ik dat ik aan het einde van mijn krachten ben. Dat persen vind ik toch vermoeiender dan verwacht, waarschijnlijk eisen de weinige uren slaap van de afgelopen nachten nu hun tol. Gelukkig krijg ik tussen twee persweeën telkens een welkome pauze van enkele minuten waarin ik even kan wegdoezelen. Wanneer ik meer dan een uur op handen en knieën aan het persen ben, stellen Elke en Hanne voor om van positie te veranderen. In zijlig komt er meer schot in de zaak. Ten slotte wissel ik nog naar ruglig. Eindelijk komt het hoofdje in zicht. Mijn man is niet afgeschrikt door het feit dat ik nu weldra echt een mensje naar buiten ga persen en gaat nieuwsgierig kijken; zelf kan ik met mijn vingers voor het eerst de haardos van onze dochter voelen. De nakende geboorte geeft de laatste benodigde dosis moed om dit werk af te maken, want ik ben nu echt stilaan uitgeput. Met alle kracht die mij nog rest duw ik uit alle macht. In één perswee komt niet enkel het hoofdje, maar het hele lijfje van onze dochter naar buiten! Hanne vangt haar op en legt haar meteen op mijn borst. Het is 23:02 op een koude zaterdagavond in februari. Ik ben opgelucht en gelukkig dat het persen voorbij is en ook best fier dat mijn lijf deze prestatie klaargespeeld heeft. In één ogenblik is alle pijn verdwenen. 

Mijn man, die tot zijn eigen verbazing niet huilend maar vooral dolgelukkig en benieuwd voor het eerst onze dochter bewondert, mag de navelstreng doorknippen en gaat ons meisje even later mee wegen en meten. Terwijl Hanne en Elke de nageboorte afwachten en een paar kleine hechtingen uitvoeren, genieten we van de eerste huid-op-huid momenten met onze dochter. Welkom, lieve Lize, we zijn zo blij dat jij er bent! 


Geboorte van Anton in het ziekenhuiskeyboard_arrow_down

Het verhaal van de geboorte van Anton in het ziekenhuis, tweede kindje voor zijn mama's.

Donderdagavond 14 februari. Eva en ik kijken naar de finale van De Dag. Ondertussen krijg ik sms'jes van vriendinnen. Of het dan toch geen Valentijnskindje zal worden?
Nee. Gelukkig maar, lijkt me. Je verjaardag wil je niet per se delen met de patroonheilige van de chocoladeharten en de hotelarrangementen.
Maar ik voel wel dat het 'op handen' is. Ik heb veel harde buiken en eerder die dag ben ik een soort yoghurtachtige substantie verloren. Een hele kwa(r)k. Even dacht ik dat het vruchtwater was. Maar het was geurloos en bleef niet lopen. Een telefoontje naar Hanne stelt me gerust. Waarschijnlijk gewoon afscheiding.
We gaan slapen, Eva in de logeerkamer en ik in ons bed. Niet gezellig, al zeker niet op Valentijn, maar de laatste dagen snurk ik zo hard dat Eva zich in een belegerd Bagdad waant.
Om kwart voor drie word ik wakker. Pijnscheuten die van boven naar onder door mijn buik trekken. Hoewel, pijn is veel gezegd. Een zeurderig 'wee' gevoel. Zijn dit contracties? Ik besluit af te wachten en de intervallen te timen. Zo'n 12 minuten. Ik lees nog een uurtje in het exemplaar van 'Duik in je weeën', dat Elke me vorige week heeft uigeleend. Dan trek ik naar de logeerkamer om Eva in te lichten. 'Ik denk dat het begonnen is, schat'. Ze is meteen klaarwakker.

We wachten tot er echt regelmaat in de weeën zit en bellen dan naar Hanne. Ze zal er binnen een uurtje zijn. Ik ijsbeer door de woonkamer. Eva downloadt een weeëntimer en noteert daarin ook de intensiteit: zacht, matig of hard. Wow, dit was een harde, zeg ik. Wist ik veel. Dit was nog niks in vergelijking met het échte werk, maar dat zou ik pas veel later ontdekken.

Hanne arriveert. Zij neemt het timen over en Eva gaat onze zoon Walt wekken en klaarmaken voor school. Tussen de weeën door babbel ik met Hanne. Gewoon wat smalltalk. Dat het zo'n mooi weer belooft te worden. En over haar huisgenoten die zo meeleven met haar avontuurlijke vroedvrouwenbestaan. Walt komt de trap af. 'Is mijn broer er nu al uit?', horen we hem vragen. Hanne schiet in de lach. Kleuters hebben duidelijk een optimistisch beeld over de duurtijd van het geboorteproces.

En dan begint het bekende ochtendritueel. Walt die tergend traag en druk babbelend een boterham binnenwerkt aan de ontbijttafel en de actualiteit op Radio 1 op de achtergrond. Alsof er niets aan de hand is. Plots vallen mijn weeën stil. Volkomen normaal, zegt Hanne, door de drukte. En inderdaad, zodra onze taterwater naar school is, en ik weer in stilte door de woonkamer hobbel, hernemen ze. 

Rond 8u30 checkt Hanne hoe ver we al staan. De baarmoederhals is verstreken en erg soepel, en ik heb anderhalve centimeter opening. Een gunstig touché, noemt Hanne het. Maar omdat we nog een hele weg te gaan hebben, stelt ze voor om nog wat huisbezoeken te gaan doen (de drukke agenda van een vroedvrouw). Ze raadt ons aan om nog even te rusten en rond de middag opnieuw contact op te nemen.

Eva en ik kijken naar een documentaire over de gisteren overleden gitarist Willy Willy van de Scabs. Ik grotendeels rechtstaand, heen -en-weer lopend of wippend op de zitbal. Zodra ik ga zitten of liggen is de pijn erger. Na elke wee moet ik naar het toilet. Vervelend maar dan zal ik al zeker geen kaka moeten doen tijdens het persen, hoop ik stiekem. Ik moet ook overgeven. De foute richting, denk ik. 'Open en onder, open en onder', herhaal ik het riedeltje uit ‘Duik in je Weeën’.

We besluiten een ommetje te gaan maken. Het is prachtig weer. Het voelt heel bijzonder, in het eerste lentezonnetje, wetende dat dit onze laatste wandeling is voor we er een zoontje bij krijgen. Het wandelen bevordert de weeën. Ze komen om de 4 à 5 minuten nu. Ik moet steeds vaker stoppen met wandelen en houd me vast, met mijn armen rond Eva's nek om de wee op te vangen. Gelukkig wonen we in een rustige buurt en zijn er bijna geen mensen op straat. Want het is een heel schouwspel. Een strompelende vrouw die om de zo veel meter halt houdt om met gebogen knieën en de poep achteruit, haar armen rond de nek van haar vriendin te werpen.

Terug thuis bellen we Febe, die nu van wacht is. Omdat de weeën sneller en heviger worden, besluiten we meteen in het ziekenhuis af te spreken. Terwijl Eva de auto laadt, pak ik een dichtbundel vast die op de salontafel ligt. Maya Angelou. Ik lees haar bekendste gedicht ‘Still I Rise’. Over de kracht van vrouwen. En het geeft mij kracht. Ik voel me sterk en op een vreemde manier opgelaten. Ik ben aan het bevallen. Ik ben het gewoon aan het doen. Iets wat generaties vrouwen me hebben voorgedaan. Eindelijk zal ik ook deel uitmaken van die stille, eeuwenoude genootschap. Die gedachte geeft me adrenaline en ik besluit het dichtbundeltje mee te nemen naar het ziekenhuis. Vol vertrouwen stap ik in de auto. Maar daar vallen mijn weeën stil.

Even word ik nerveus. Alles ging zo goed. Waarom valt het nu stil? Ik verlang weer naar toenemende regelmaat en intensiteit van voordien. Naar mijn riedeltjes uit ‘Duik in je Weeën’. Maar ik hoef geen riedeltjes op te zeggen want er gebeurt niets. 1 zwakke wee op de hele weg naar het ziekenhuis, een rit van 20 minuten. Maar dan denk ik aan wat Hanne die ochtend zei. Bij veranderingen van omgeving, van situatie, kan het stilvallen. Ik probeer erop te vertrouwen dat dit maar een tijdelijk intermezzo is.

We parkeren en ik waggel puffend voorbij de bonte mix van mensen die je tegenkomt op de route van de parking naar de ingang van Sint-Jan.

We worden heel vriendelijk ontvangen op het verloskwartier. Ik krijg een balzaal van een verloskamer toegewezen en de vroedvrouw van dienst, Els, zegt me dat ik aan de monitor moet. Ik panikeer even, want ik wil liever niet op bed liggen. De pijn is dan veel heviger. Maar blijkbaar (o dankuwel, Philipstechnologie), bestaan er mobiele contactdoosjes waarmee je draadloos aan de monitor kunt. En waardoor ik dus kan blijven rondwandelen, voor mij de ideale manier om de weeën op te vangen.

Febe arriveert. Ze maakt meteen een van de monitordoosjes los. ‘Deze heb je niet nodig, zegt ze. Je voelt zelf wel hoe intens een wee is, dat hoeven we niet op een schermpje te lezen’. De hartslag van ons kleintje controleert ze wel op gezette tijden. ‘Hij voelt zich goed en heeft er zin in’, zegt ze. Ze komt vastberaden en kalm over, dat stelt me gerust. Febe doet dit elke dag. Vrouwen doen dit elke dag.

Eva installeert mijn derde geboortepartner. Het kleine dingetje dat me door de rest van de bevalling heen zal helpen. Mijn dierbare Bose Soundlink-luidsprekertje (sorry voor de reclame, maar dit is mijn beste aankoop ooit). Ze zet mijn lijst met favoriete muziek op. Muziek. Mijn safe place, mijn manier om in een stemming te komen, om kracht te putten. Terwijl onder meer Nick Drake, Sade en The War on Drugs passeren op de achtergrond, raak ik in een soort ‘interne modus’. Ik ben volledig in mezelf gekeerd en op mezelf gefocust. Ik zie kleurijke patronen voor mijn ogen, als een soort mandala’s. De pijn is sterk en intens maar op een vreemde manier geruststellend, elke wee brengt me dichter bij ons zoontje. Ik voel de geruststellende aanwezigheid van Eva, stilzwijgend en vanzelfsprekend biedt ze me haar nek aan, waar ik regelmatig rond ga hangen als er een hevige wee is. Af en toe voel ik Febe tegendruk geven op mijn onderrug tijdens een wee, wat verlichting brengt.

Febe stelt voor om enkele oefeningen te doen liggend op het bed, waardoor ik mijn bekken kan voorbereiden op de doortocht van de baby. Van de oefening zelf herinner ik me niet veel, dus ik kan het niet exact omschrijven. Behalve dat ik blij was dat ik weer van het bed afkon, en weer rechtstaand, wiegend, boven mijn luidspreker kon gaan hangen, dichtbij de muziek die me in een soort trance brengt.

Wanneer de weeën nog heviger worden, stelt Febe voor het bad te laten vollopen. Ik stap in het bad maar word overmand door de pijn. Ik kan zelfs niet gaan zitten. Ik blijf verkrampt rechtstaan. Voordien had ik de pijn kunnen ‘omarmen’, maar nu lukt dat me niet meer. De pijn omarmt mij, verzwelgt mij. Bij een ongemeen krachtige wee, zie ik plots vanalle schilfertjes in het water drijven. Mijn vliezen zijn gebroken, en de weeën worden nog erger. Plots krijg ik hevige persdrang. Mag ik duwen? Ik moet duwen! Maar omdat ik verkrampt in het bad sta, heeft Febe mijn opening nog niet kunnen checken. Ze wil eerst zeker zijn dat ik volledig ontsloten ben. Eva en Febe moedigen me aan om terug uit het bad te komen. Maar ik blokkeer. Het lukt niet, ik red het niet, is alles wat ik tussen de pijn door kan uitbrengen. Het voelt alsof ik openscheur. In een moment van sterkte denk ik aan het fotoboek BirthDay dat ik van mijn moeder heb gekregen voor mijn verjaardag. Ik zie de foto’s van Congolese vrouwen die gewoon op de grond moeten bevallen, in groezelige kamertjes. Zonder ZIB. Zonder Nick Drake. Zonder Aquarius en Dextro Energy. Zonder het vooruitzicht op een warme douche en een tas soep. De gedachte aan de miljoenen vrouwen in de wereld die in primitieve omstandigheden moeten bevallen, geeft me de kracht om eindelijk uit het bad te sukkelen en naar het bed te strompelen. Febe controleert en ik heb 10 centimeter ontsluiting. Ik mag persen. Halleluja! Draai je maar op je buik, zegt Febe, en dat doe ik. Dit blijkt een heel goed advies. Op handen en knieën persen blijkt voor mij dé manier. Al snel hoor ik Eva zeggen dat ze het hoofdje kan zien. En dat er haar op staat . Ik pers met alle macht die ik in me heb. Open en onder, open en onder, blijf ik in mezelf herhalen, als een soort mantra. Ik voel dat Eva af en toe mijn snot komt afvegen (jawel, ik ben verkouden, uitgerekend nu). Dan gaat ze zo snel mogelijk weer naar het andere eind van het bed om de geboorte van ons kindje vanop de eerste rij mee te maken.

En ja hoor, na een halfuur persen is hij daar. Onze zoon. Onze Anton. Hij is zo klein, hoor ik Eva zeggen. Febe zegt me dat ik hem mag nemen, tussen mijn benen door. En dat doe ik. Het gevoel is overweldigend. Ik heb dit klein nieuw leven op de wereld gezet. Hij ligt op mijn borst, heel wakker, met grote ogen doet hij zijn eerste indrukken op. Ik ben zodanig zo in een roes, dat ik vergeet dat de placenta nog moet komen. Er zijn 40 minuten verstreken, en Febe dringt nu toch aan om wat te duwen (ook al heb ik geen weeën meer) zodat de placenta geboren kan worden. Maar hij komt voorlopig niet. Febe besluit mijn blaas te ledigen via een katheder en dat helpt. Daar komt ook de placenta. Ik hoor Febe aan Eva uitleggen hoe die placenta in mekaar zit, en hoe de vruchtzak eruit ziet waar ons mannetje 9 maanden in gewoond heeft.


Ik blijk enkele kleine scheurtjes te hebben, die Febe vakkundig hecht met behulp van een verdovende spray. Het is 18u ’s avonds en het schemert in Brussel, de verloskamer baadt in een mooi blauw licht. En mijn muziek blijft onverstoord spelen. Vroedvrouw Els van Sint-Jan zegt, ‘amai, dat is hier gezellig’.

En ik kan haar alleen gelijk geven. Gezellig, intiem, intens, bekrachtigend. Een bevalling uit het boekje. Letterlijk. Want als ik later in mijn ZIB-boekje mijn geboorteplan nalees, kan ik bijna overal een kruisje zetten. Arbeid thuis, muziek, geen epidurale, zonder medische interventie, zonder knip. Alleen bij ‘baby spontaan laten aanhappen aan de borst’, kan ik geen kruisje zetten. De borstvoeding zal voor mij en Anton een redelijk lang leerproces blijken. Maar ook dat is intussen goed gekomen. Met dank aan de vroedvrouwen van de materniteit van St.Jan die me hebben bijgestaan die eerste dagen en nachten. Ilse, Els, Inge, Caroline, Gulser, Vera, en iedereen die ik nu nog vergeet.

En vooral ook dank aan Zwanger in Brussel. Om mij het vertrouwen te geven dat ik dit kon. Om vrouwen het vertrouwen te geven in hun eigen kracht.

Dankzij jullie is dat bevallen mij uitstekend bevallen!




Geboorte van Zana in het ziekenhuis, vaderperspectiefkeyboard_arrow_down

Het verhaal van de geboorte van Zana in het ziekenhuis, eerste kindje voor haar mama en papa.

Ik heb twee redenen om ongelooflijk fier te zijn. Een: een maand geleden kreeg ik van een ons goed gezinde Moeder Natuur een prachtige dochter cadeau. Met alles erop en eraan. Gezond en uitermate knap. Ze zou de Miss Baby verkiezing op de materniteit moeiteloos gewonnen hebben. Twee: ik heb een vriendin die gemaakt is om kinderen te baren (dixit onze hulpvaardige vroedvrouw). Twee maal topgeluk want wie heeft er nu niet graag een kind dat van alle oren en poten voorzien is én een vrouw die dan ook nog eens over de juiste skills lijkt te beschikken om dat kleine ukkie ter wereld te brengen. Ik kan je verzekeren, het spaart je heel wat zweet uit.

Net zoals alle andere mannen was ik nerveus voor dit moment suprême. Het besef dat er iets fundamenteel ging veranderen in mijn leven kwam bij mij rijkelijk laat. Zo’n drie dagen na de geboorte. Toen pas leek mijn frank te vallen dat het kleine aapje in mijn armen de rest van haar leven aan mij verbonden zou zijn. Het was een heuglijk moment.

Het besef dat mijn vriendin een natuurlijke krachttoer zou ondergaan kwam ook al rijkelijk laat. Zowat bij de derde wee die uit haar een diepe oerkreet naar boven wist te vissen. Bij de eerste twee weeën was ik te verbouwereerd over wat ik zag en hoorde. Iemand pijn zien hebben omdat hij met z’n knie tegen een tafelpoot stoot is één ding. Je vriendin een wee zien ondergaan is iets helemaal anders. En hoewel de sessies die we volgden, waaronder de bijzonder gezellige avonden bij Zwanger In Brussel, heel wat nuttige info verschaften, lijkt de realiteit nét altijd iets indrukwekkender dan je verwacht had.

En toch kan ik zeggen dat het allemaal beter mee viel dan ik in mijn nachtmerries ervoer. De grootste angst van een man is om zich op zo’n moment aan de zijlijn te moeten toekijken. Iemand over-intense pijn zien ondergaan is uiteraard niet tof. Maar toch moet je proberen om jezelf een plaats te geven. Mij hielp het in elk geval. En als je die plaats er even niet is dan moet je die ook niet forceren. Luister daarom ook naar wat je vrouw of vriendin zegt. De mijne zei al op voorhand dat ik haar met rust moest laten als ze pijn had. Mijn vriendin is een heel zachtaardige en lieve vrouw, maar als ze pijn ondervindt dan plooit ze zich graag in haar zelf op. Ik heb in de eerste uren dan maar het huis opgeruimd. Je bent bezig én je komt na de bevalling in een proper huis terug. Twee vliegen... Maar na alles nog een derde keer drie centimeter verplaatst te hebben, leek het mij wel welletjes geweest. Dan toch maar naast de pijnlijder plaats nemen. En wat blijkt? Er gewoon zijn is op zo’n moment ook al voldoende. Zoals mijn vriendin gevraagd had, ging ik niet over haar hoofdje aaien als ze een pijnscheut in haar rug gespiest kreeg. Ik keek er naar terwijl mijn hoofd de moeilijkst op te lossen rekensom ter wereld leek te verwerken. Tussen de weeën door keuvelden we lekker met de ondertussen toegekomen babyverlostster. Op dit punt van de bevalling zaten we nog steeds thuis, in onze met pianomuziek gevulde woonkamer.

Naarmate de weeën toenamen, nam ook het enthousiasme van onze verloskundige toe. Zij leek commentaar te geven bij een voetbalmatch (“ja, goed zo!” en “moooooi, zo heb ik het graag!”) en werd euforisch bij weer een nieuwe, intensere pijngolf. Onder ons: bevreemdend en geruststellend tegelijkertijd. Het leek op een scene uit een David Lynch film. Twee mensen die in een half verduisterde living staren naar iemand die met de knieën op de grond kreten uit het diepste puntje van haar buik braakt. Ik sloeg een zucht van verluchting wanneer onze vroedvrouw het vertrek naar het hospitaal aankondigde, alwaar wij getroond zouden worden tot de gelukkigste twee mensen op de planeet. 

Over de bevalling zelf zou ik kort kunnen zijn. Het was even zoeken voor mijn vriendin naar de ideale positie. Dat je de bevalling niet meer in bed met je voeten in beugels hoeft te doorstaan is ongetwijfeld een vooruitgang. Het is duidelijk ook een goed bewaard geheim. Tijdens de infosessies bleek dat er maar weinig mensen van op de hoogte waren. Het zoeken naar die ideale positie nam wat tijd in beslag. Meer dan de eigenlijke geboorte. Geen erg. Een goede positie vinden is belangrijk voor alle partijen. En hier in de verloskamer, die op het late uur van onze aankomst er heel rustgevend bij lag, vond ik zelf snel mijn plek. Ik was blij mijn vriendin bij bepaalde posities te kunnen ondersteunen. Wanneer er geperst moest worden kon ik dicht bij haar aanmoedigende woorden toefluisteren. Het leek welkom te zijn. Een hele opluchting want op die manier ben je toch bij de bevalling betrokken en heb je tenminste het gevoel een klein beetje geholpen te hebben.

De rust in het ziekenhuis deed bijna denken aan een vakantiestemming. Het was er enorm warm in de verloskamer. Via het open geklapte raam dwarrelde de stilte van de nachtelijke stad naar binnen. Onze vroedvrouw, mijn god wat ben ik haar dankbaar voor die avond, zat heel de tijd op de grond persweeën te bestuderen. Het feit dat er heel de avond lang niemand anders dan wij drieën - vier als je ons ukje mee rekent - in die kamer waren maakt dat dit een droombevalling is geweest. Geen dokters, geen gynaecologen en geen verpleegsters die de kamer binnen en buiten lopen en dingen roepen die je niet begrijpt. Ik had nooit durven denken dat een bevalling zo rustig kon zijn. In mijn gedachten was het een chaotisch en zenuwachtig gebeuren waarbij je als man ergens in een hoekje staat de draaien terwijl je vriendin je allerlei verwensingen naar het hoofd slingert. Niet dus. Goed, je moet het ook niet vergelijken met een uitstap naar de Beekse Bergen maar vaak wordt het ook overroepen door alle verhalen die je te horen krijgt. 

Als je trouwens rekening zou moeten houden met alle horrorverhalen die je hoort dan zouden de geboortecijfers een diepe duik nemen. Hoeveel mannen hebben de afgelopen maanden niet staan leuteren tegen mij dat het leven voorbij is wanneer dat kind er zou zijn. Of ze verwijzen knipogend naar hun kalende hoofd of hun grijze haren. Volgens mij is het hen vooral te doen om te pochen over iets dat jij nog niet hebt meegemaakt. Op zo’n moment worden muizen wel eens getransformeerd tot olifanten. Onze dochter is nog maar een maand oud, maar ik beloof plechtig nooit aanstaande vaders de kast op te jagen. Integendeel: make love and get pregnant. Het is een fantastische ervaring.


Thuisgeboorte van Cécilekeyboard_arrow_down

Het verhaal van de thuisgeboorte van Cécile, eerste kindje voor haar mama en papa.

Woensdag 7 januari ben ik 6 dagen voorbij mijn uitgerekende datum, ik loop de muren op van ongeduld. Nog 8 dagen voor ik ingeleid zou worden, daar zie ik zo tegen op. Ik hou gewoon niet van ziekenhuizen. Ik mocht als vroedvrouw al veel bevallingen begeleiden, zowel thuis als in het ziekenhuis. Ik zag al veel mooie ziekenhuisbevallingen, maar thuisbevallen leek mij persoonlijk toch iets magischer. Het liefst wil ik zo natuurlijk mogelijk bevallen. Ik legde die druk op mezelf heel hoog, misschien wel te hoog. Want amai, wat had ik stress... niet voor de pijn maar dat het niet zou lopen zoals ik wilde.

Die woensdag, na een peptalk van vriendinnen en mijn collegavroedvrouwen kan ik het vandaag toch wat loslaten. Ik besluit mijn gedachten volledig te verzetten: muziek loeihard en ik ga mijn badkamer kuisen! Echt kuisen, elk hoekje wordt onder handen genomen. Hierna reageer ik mij nog eens volledig af op mijn viool (sorry buurvrouw) en dan ga ik stappen, te voet naar de yogales. De yoga doet mij deugd. Ik kom er een lieve mama tegen. Alle mama's zijn natuurlijk geweldig bij Zwanger in Brussel, maar zonder dat ze het waarschijnlijk zelf weet, geeft deze mama mij zoveel kracht! Toen ik net wist dat ik zwanger was mocht ik haar thuisbevalling begeleiden, en wat deed ze dat knap, ze straalde echt oerkracht uit, ik bewonderde haar en hoopte dat ik het net zo goed zou doen als haar.

Na de yogales stap ik vastberaden terug naar huis, goed voor een wandeling van zeven kilometer. Muziek in mijn oren, en in gedachten praat ik tegen mijn baby, ik vertel hem/haar dat ik er klaar voor ben maar dat ik het ook wel heel heel heel spannend vind.

Na een gezellige avond met mijn vriend kruipen we vroeg in bed. En jawel, de volgende ochtend word ik om 7u wakker met weeën! Ze zijn nog heel licht maar ze zijn er en ze blijven komen, yes! Mijn vriend en ik besluiten wel nog naar het ziekenhuis te gaan voor de monitor die gepland staat en een controle van mijn bloeddruk die de laatste weken te hoog was. De monitor is perfect, tot in de laatste 5 minuten de hartslag van de baby daalt. Ik schrik maar kan het ook relativeren want voel al snel terug beweging. De gynaecoloog raadt aan om mijn inleiding te vervroegen. Dat vind ik onzin, als het kan wachten tot maandag is het niet acuut en kan het dus ook wachten tot woensdag. Maar maakt niet uit, want ik heb weeën en ik beval vannacht, zeg ik tegen de vroedvrouw van het ziekenhuis.

Eens thuis doen mijn vriend en ik nog een dutje. Nadien doen we enkele spinningbabies oefeningen en ik luister naar mijn hypnobirthingtracks. De weeën worden niet sterker. Tegen 23u valt het zelf helemaal terug stil. Teleurgesteld kruipen we in bed.

Rond middernacht voel ik terug een wee, en wat voor één! Dit was een goeie wee! Meer van dat! Bij elke wee was ik opgelucht! Fjoew ze blijven komen! Ze komen snel na elkaar, lastig... maar hier heb ik opgewacht dus ze geven mij heel veel moed! Mijn lijf is aan het bevallen, mijn lijf kan dit! Rond 2u belt Jeroen mijn collega Elke uit haar bed. Rond 2u30 komt ze aan. Ik ben goed in arbeid, met golven elke 2 minuten. Ik schud en wieg mijn bekken, rechtstaand en zittend op de bal. Ik vang een aantal golven op, op handen en knieeën terwijl Jeroen mijn rug masseert. Ik probeer zo rustig mogelijk te ademen, zoals ik leerde in de hypnobirhtinglessen. Om 3u45 heb ik 3cm en is mijn baarmoederhals verstreken. Ik ben teleurgesteld, want ik had 3 dagen geleden al 2 cm... Elke raadt aan een bad te nemen.

Rond 4u ga ik in bad. Elke en Jeroen laten mij even alleen. Ik had tijdens mijn zwangerschap al verteld dat dit mij waarschijnlijk goed zou doen. Ik kan mij helemaal afsluiten van de wereld rondom mij, zit helemaal in mijn cocon. Ik heb totaal geen besef meer van tijd, maar het is nog donker buiten. De weeën in bad worden super heftig en mijn positieve vibe van voordien verdwijnt. 'Ik kan dit niet, hoe doen die andere vrouwen dit, mij lukt het niet, misschien ben ik nog niet klaar om mama te worden...' Ik vraag me af hoeveel krachtiger dan dit het nog gaat worden. Ik begrijp helemaal dat sommige vrouwen om een epidurale vragen. Maar een autorit naar het ziekenhuis en naalden in mijn rug zie ik niet zitten, dus blijf ik nog maar even thuis.

Elke is ondertussen naast het bad komen zitten en moedigt mij aan. Ik voel af en toe een beetje druk maar durf het nog niet uit te spreken. Ik ben bang dat mijn baby een sterrenkijker is, ik probeer het drukgevoel te negeren. Elke raadt me rond 6u aan uit bad te komen en nog eens te onderzoeken. Haar gezicht lijkt serieus. 'Oei, straks is er helemaal niets veranderd', schiet er door mijn hoofd. 'Het is niet goed he?' vraag ik wanhopig. 'Ssst, ik ben aan het voelen' zegt ze, gevolgd door 'je hebt 8cm'. Ik antwoord iets in de zin van 'aha, want ik voel het duwen!' En kort daarna breken mijn vliezen.

Ik voel de adrenaline stijgen, Elke legt alles klaar en Jeroen zet het bevallingsbad klaar. Mijn collega's Arlind en Eva en de geboortefotograaf worden opgebeld. Intussen heb ik duidelijk persdrang en duw ik af en toe een beetje mee. 'Baby kom er uit' smeek ik. Tussen de weeën door hoor ik Jeroen vloeken op het bad. 'Laat het, kom bij mij'. Rond 6u40 ben ik echt aan het persen. Ik probeer mij voor te stellen dat het hoofd de grootte heeft van een pingpongbal. Dat krijg ik er wel uit, denk ik. 'Kom maar baby, ik ben klaar voor jou!' moedig ik mezelf aan. Rond 7u komen Arlind en de fotograaf toe. Arlind stelt me gerust, ik ben blij dat ze er is. Even later komt ook Eva toe, mijn bevallingsteam is compleet. Het persen gaat eigenlijk best wel goed! Ik hoor Elke tegen Arlind zeggen 'amai is dit een eerste kind?' Ze stellen mij gerust en zeggen dat het hoofdje al te zien is! Veel haar! Nu kan ik niet meer ontkennen dat het hoofdje weldegelijk groter is dan een pingpongbal. Het brandt, het voelt alsof ik helemaal ga openscheuren. Hoe graag ik ook met volle kracht wil persen, ik probeer het zachtjes te doen, om scheuren te vermijden. Het hoofdje wordt geboren en bij de volgende wee komt de rest van het lijfje. Wat een magisch moment, Jeroen barst in tranen uit en ik staar vol ongeloof naar dat kleine mensje op mijn buik. 7u20 is het ondertussen, op vrijdag 10 januari.

We hebben dit gedaan, mijn lijf heeft dit gedaan! Zo trots en zo verliefd. En dan volgt de verrassing dat ze een meisje is! Cécile is er!

Als ik helemaal 'afgewerkt' ben, mag Cécile bij Jeroen huid-op-huid. Dat moet Elke hem geen twee keer vragen. Nog voor haar zin af is, vliegt zijn T-shirt al uit. Ik probeer ondertussen te plassen.

Nadien proberen we Cecile aan de borst te laten drinken, dit vraagt een beetje geduld maar lukt uiteindelijk wel!

Elke en Eva ruimen alles op, Arlind vertrekt om huisbezoekjes te doen. Als ook Elke en Eva vertrekken, ziet ons appartement eruit alsof er niets gebeurd is. De zetel waarin ik ben bevallen, ziet er nog net zo uit als voordien.

Wat een ervaring! Bevallen is het zotste dat ik ooit gedaan heb. Het geeft mij, ook weken later, nog zoveel kracht, zoveel vertrouwen in mezelf. En zoveel vertrouwen in alle vrouwen. Dat ik niet meer dezelfde vroedvrouw ben als voordien, dat is zeker.

Thuisgeboorte van Landerkeyboard_arrow_down

Het verhaal van de thuisgeboorte van Lander, eerste kindje voor zijn mama en papa.

Zes oktober 2016. De dag die een nieuwe start in ons leven inluidde! De dag ervoor verdween de zwangerschapsvermoeidheid als sneeuw voor de zon en genoten we nog van de laatste zonnestralen met een extra lange avondwandeling. Achteraf vervloekte ik mezelf, want de rugpijn die me vergezelde tijdens de zwangerschap kwam na de wandeling zeer sterk opdraven. Ik was ervan overtuigd dat ik mezelf serieus overschat had. Ook al was ik al een kleine week over tijd, dronk ik liters frambozenbladthee, deed ik stimulerende yoga-oefeningen en had ik er een sessie acupunctuur opzitten - want ik moest en zou thuisbevallen - geen haar op m’n hoofd dacht dat ‘het’ gestart was.

Hans, m’n vriend, ging dus rustig slapen. Ik daarentegen kon moeilijk de slaap vatten door die aanhoudende rugpijn. Een eerste bevalling, wist ik veel hoe dat voelde! Enkele uurtjes en ongemakjes later begon het toch te dagen en voelde ik de rugpijn komen en gaan. Rond vijf uur ’s nachts/ ’s ochtends had ik er genoeg van, volgens het principe 'gedeelde pijn is halve pijn', maakte ik Hans wakker. We lagen lepeltje lepeltje om de pijn in m’n rug te verzachten. Plichtsbewust timede Hans de tijdspanne tussen de weeën. Het was direct voor echt! De tijdspanne was kort, de weeën lang. De plannen om die dag op controle te gaan in het ziekenhuis en het sollicitatiegesprek de dag erop werden naar de prullenbak verwezen! De vroedvrouw bellen leek ons een strakker plan!

Rond zeven uur kwam vroedvrouw Arlind ons geruststellen: het hartje van ons mannetje klopte rustig, zich van geen kwaad bewust, zijn weg naar buiten aan het vrijmaken. Op handen en knieën kon ik het een tijdje verder aan. De weeën werden als maar heviger. Een warm bad bracht in eerste instantie soelaas, maar al snel kon ik met al die veranderingen in m’n lichaam geen blijf meer. De grenzen van het grote ronde opblaasbaar bad werden al plonzend met m’n armen verkend. Arlind bleef er rustig bij, zag dat alles vlot aan het verlopen was en riep er Marloes bij, de tweede vroedvrouw van wacht. We lieten het bad voor wat het was en ik zette de laatste fase op m’n hurken in. Ik mocht starten met persen! Nu zou het niet meer lang duren, verzekerden ze me. Tussen de weeën in trok Hans me telkens op ons bed om uit te rusten. Maar dat persen bleef maar duren en duren.

Marloes en Arlind bleven er kalm onder, ik zag hen zelfs af en toe gniffelen naar elkaar. De reden van dat gniffelen werd al snel duidelijk, onze kleine meneer kwam in een ongescheurd waterzakje tevoorschijn. Ik was zodanig onder de indruk door de veranderingen in m’n lichaam dat ik uit het oog verloren was dat m’n water nog niet gebroken was! Arlind bevrijde kleine Lander uit z’n privé zwembadje en legde hem na z’n eerste kreetjes naakt op m’n buik. Een roos mollig wezentje lag rond 13u uitgeput op me in te dommelen. Enkele uurtjes later trokken Arlind en Marloes de deur achter zich dicht en waren we voor eerst gezellig met z'n drietjes alleen thuis. Zalig!

Gelukkig hielden de vroedvrouwen wel nog een oogje in het zeil en stond Febe ons bijvoorbeeld bij met allerlei borstvoedingstips en tricks! Ons avontuur was perfect gelanceerd!


Thuisgeboorte van Ada, vaderperspectiefkeyboard_arrow_down

Vroedvrouw Arlind had het tijdens de hypnobirthingsessies nochtans geregeld herhaald: bij een tweede kindje zal het bijna zeker dubbel zo snel gaan. Maar toch dacht ik dat ik alle tijd van de wereld had en ben ik er in geslaagd om eigenlijk de echte geboorte van Ada te missen. Voor degene die denken dat ik in de file stond (heb geen auto) of ergens op café zat, jullie hebben het mis. Ik stond het verkeer te regelen voor onze deur... Ik loop misschien een beetje voor op de feiten. Bij de aanloop naar de geboorte was ik er trouwens echt wel met volle toewijding aanwezig!

Net voor ik op vrijdag 8 november naar mijn werk vertrok, is de mededeling er plots: ‘Ik voel al iets in mijn rug’. Dat rugpijn mogelijks weeën zijn, hebben we geleerd tijdens de vorige bevalling. Het plotse besef dat er ieder moment weer een kleine baby in huis kan zijn, is daar. Het is een weekje te vroeg, maar wat is een week op 9 maand? Als ik dan na een dagje werken afscheid neem van collega en vriend Jef en hij mij vervolgens er ook nog eens attent op maakt met de mededeling: ‘Prettig weekend en misschien tot maandag ;)’, besef ik dat de eerste ontmoeting met mijn dochter Ada ieder moment kan gebeuren. Ik kijk er naar uit en zie het helemaal zitten, maar heb toch wat zenuwen. Bij thuiskomst heeft Mieke nog steeds af en toe rugpijn. Ik maak snel nog een to-do lijstje voor de dag erop: 1) wateraansluiting van het opblaasbaar bad controleren, 2) camerastatief klaarzetten 3)…. Maar het was te laat… Na wat slapen komt Mieke me wekken met de melding dat de pijn heviger geworden is en het dus wel eens begonnen zou kunnen zijn.  Alle hens aan dek: Mieke zo veel mogelijk bijstaan bij de pijn en deze proberen te verzachten door onderrugmassage. Dit is trouwens een tip voor alle partners! Zo sta je er niet onnozel bij terwijl je vrouw afziet. Tussen de golven in (of weeën voor degenen die niet goed hebben opgelet tijdens de hypnobirthingsessies) zet ik de camera klaar en film ik al af en toe om te testen, en gelukkig lukt het me om de buis voor de watertoevoer van het bad te koppelen aan onze kraan. Fieuw! J Alleen hoe gaan we het kleine probleempje (van drie jaar) die rustig ligt te slapen oplossen? Het lijkt ons geen goed plan om Lander om 3u ’s nachts wakker te maken en hem naar de slapende buren brengen. Misschien een berichtje zenden naar de mama van Mieke, die meestal vroeg wakker is? Dan kan ze wanneer ze het ’s ochtends leest afkomen. Want in mijn hoofd verloopt de planning, zoals bij de eerste bevalling: 8 uur na de eerste zware golven de uiteindelijke geboorte. Nog tijd zat dus! Toevallig ligt de mama van Mieke wakker en deelt ze mee dat ze zich zal klaarmaken en zal vertrekken. Komt dus goed, probleem opgelost.

Nu alle aandacht voor Mieke haar rug en ondertussen de tijd tussen de weeën wat timen zodat we op tijd noodsignalen uitsturen naar de vroedvrouwen. Alles is nog rustig, denk ik. Mieke ziet er wel uit alsof ze pijn heeft, maar nog niets dramatisch, denk ik. Ook de timer geeft aan dat het nog niet het moment is om te bellen of het bad op te blazen en te vullen. Toch geeft Mieke rond 4 uur met aandrang aan om de vroedvrouw van wacht erbij te halen en het bad op te zetten, wat ik dan maar gewoon doe. Ik twijfelde, want het bad oppompen maakt echt wel veel lawaai, maar Lander slaapt gelukkig gewoon door. Hanne is er binnen de 15 minuten, wat een service zeg! Wanneer Hanne aankomt, is het menens. Nu hoef ik niet meer te timen om te zien dat de golven snel na elkaar komen. Hanne heeft, in tegenstelling tot mezelf, direct door dat het niet lang meer zal duren en laat Mieke plaatsnemen in het warme bad en belt Febe op, de tweede vroedvrouw van wacht.

Vroege vogel Lander merkt dat er iets aan de hand is en komt om 4u45 een kijkje nemen. Mama die in een bad zit midden in de woonkamer, dat is eens iets anders denkt Lander en zet zich op z’n potje naast het bad alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Vervolgens heeft meneertje honger en eet hij, met grote ogen kijkend naar het bad, een koude pannenkoek op, snel uit de koelkast gevist, als ontbijt. Ik probeer mijn aandacht te spreiden tussen Mieke en Lander zijn willetjes. Na het ontbijt helpt Hanne met Lander om zich aan te kleden, zodat ik terug mijn handen vrij heb voor de onderrugmassage.

Febe en de mama van Mieke arriveren ongeveer gelijktijdig rond 5 uur. Ik ga naar buiten om de autostoel van Lander in de wagen te plaatsen. Ondertussen gaat de mama van Mieke even gedag  zeggen aan Mieke. Geen goed plan blijkbaar, de mama van Mieke staat direct terug op de stoep en vraagt me om te helpen bij het uitrijden. Terwijl ik instructies geef, komt Hanne me zeggen dat ik best naar binnen kom. Ik veronderstel dat Mieke graag nog wat massage wil en help de mama van Mieke eerst nog wat. Ik ga naar binnen en terwijl ik mijn schoenen uitrek, zie ik Hanne en Febe beide met de armen in het water en rara, wie komt daar tevoorschijn? Kleine Ada! Met nog een schoen aan kom ik erbij zitten en geniet ik van het mooie moment waarbij Ada zich rustig nestelt tegen Mieke. Ze ziet er perfect gelukkig uit! Het is twintig na vijf en ik bel direct de mama van Mieke op zodat ze terug kan komen met -het is nu officieel- grote broer Lander! Na de nageboorte komt Lander kennis maken met zijn kleine zusje, wat een mooi moment!

Ik heb alles gefilmd trouwens, behalve… de geboorte zelf… Ik had namelijk de camera uitgezet toen ik naar buiten ging, zodat er zeker nog genoeg batterij zou zijn voor hét moment....


Thuisgeboorte van Febe, vaderperspectiefkeyboard_arrow_down

Het verhaal van de thuisgeboorte van Febe, tweede kindje voor haar mama en papa.

Donderdagochtend 26 april hoor ik Bent zeuren door de babyfoon: tijd om op te staan! Ik haal ons zoontje uit z’n bed, zet hem in de badkamer op het ververskussen en help ‘m uit zijn luier. Ondertussen trekt hij ogen groter dan watermeloenen en roept hij ontzettend enthousiast: “Kijk papa! Een baby!” Door de deuropening ziet hij z’n mama in bed liggen met het pasgeboren zusje.

Vroedvrouwen Elke en Febe zijn op dit moment al de deur uit, nadat ze mee geschreven hebben aan een fantastische pagina in het verhaal van ons gezin. Tweeënhalf jaar geleden ging dat van start met Bents geboorte in het UZ, vandaag komt daar bij ons thuis Febe bij – en hoe!

Bij Bent overwogen we de optie van een thuisbevalling al, maar bleef de twijfel te groot. Is een ziekenhuis niet veiliger? Willen we bevallen in ons huurappartementje? We besloten gewoon in het UZ te bevallen – en ervaring op te doen voor de volgende kindjes. Er kwamen hele sympathieke vroedvrouwen aan te pas, een inleiding, een pijnlijk knipje, weinig tot geen communicatie ondanks uitgeschreven bevallingswensen, onzekerheid over het gemak van een tweepersoonskamer,… Al bij al een gewone bevalling.

Het ziekenhuis is geen verschrikkelijke plek. De dokters kennen hun stiel. De vroedvrouwen en verplegers zijn vriendelijk. De kamers zijn in orde. De bezoekers vinden hun weg dankzij kleurrijke kronkelende lijnen. De plastic maaltijden zijn opgesteld door een diëtist. Maar toch: dit moet fijner kunnen. Aangenamer. Spontaner. Natuurlijker. Rustiger. Normaler, eigenlijk.

We kennen Zwanger In Brussel intussen een beetje en willen graag onze tweede bevalling met hen thuis meemaken. We hakken de knoop niet meteen door, waardoor we redelijk laat vragen of er nog een thuisbevalling bij kan: gelukkig is er nog plaats voor ons! Na enkele voorbereidende gesprekken voelen we er ons helemaal klaar voor: nu is het enkel nog wachten tot de baby evenveel zin heeft om de wereld te ontdekken als wij haar. Ze laat echter op zich wachten, en 8 dagen na de uitgerekende datum slaat de schrik toe dat we toch opnieuw in het UZ zullen horen dat een inleiding nodig zal zijn.

Dan maar gaan zaalvoetballen, denk ik, het zal m’n gedachten verzetten. (Tip aan alle toekomstige ouders: maak uw agenda niet leeg om op een bevalling te anticiperen! Afwachten met niets om handen is niet goed voor uw bloeddruk!) Om 22u ben ik terug en ga ik Kim dagzeggen, ze leest nog rustig een boek in bed. Om 24u ga ik zelf slapen… en Kim blijkt doodleuk weeën te hebben! We timen ze: ze volgen elkaar al snel op, zo’n 4 à 5 minuten. Dan toch? Ongeloof en verwondering? Steeds houden we de klok in het oog om te beslissen of we wel degelijk moeten bellen naar ZIB. Voor we het weten is het al 1u.

Kim belt, maar twijfelt: de intensiteit van de weeën lijkt wel mee te vallen? Elke raadt aan om nog even in een bad of douche te springen. Het wordt een bad en het doet deugd: de weeën komen zachter aan… maar ook minder snel. “Dit zal niet waar zijn”, denkt Kim, “straks stopt dat hier en komt de bevalling toch niet gewoon op gang” en ze springt uit bad. (Nu ja, ‘springt’). De weeën worden effectief weer steviger en terwijl Kim zich opnieuw afvraagt of we Elke echt wel wakker mogen bellen, is het tijd om toch even te pretenderen dat je als man iets te zeggen hebt tijdens een bevalling: Euh ja, we bellen, quoi. Om 2u40 bellen we Elke opnieuw, om 3u10 staat ze aan onze deur, en meteen met goed nieuws. Kim hoopt immers ‘dat ze toch al 2 cm ontsluiting zal hebben’. Nou, het blijken er al 7 te zijn. Nu gaat alles snel: Elke belt tweede vroedvrouw Febe, Kim zoekt houdingen om de weeën op te vangen, ik probeer niet in de weg te lopen en warm op professionele wijze kersenpitkussens op.

Als Febe toekomt, is er een extra paar handen om ook gauw de baarkruk uit de auto te halen. Ik installeer me op een stoel achter deze kruk zodat ik Kim kan ondersteunen en moed influisteren. Maar op dit punt –en veel eerder- moet ik benadrukken dat ik al lang volkomen vertrouwen heb in Kim. Zij kan dit best. Ik vind haar een natuurtalent. Een bevalling roept honderden vraagjes op: hoe doe ik dit, hoe lukt dat het best? maar de antwoorden komen vanzelf bij Kim. De weeën zijn nu duidelijk overgegaan in persweeën. Het water breekt. Een tweetal persweeën lijken te dienen ter opwarming, daarna is ’t serieus: een keer of drie meepersen en Febe is geboren!

(Enige verwarring bij de lezer is nu mogelijk. Jazeker, vroedvrouw Febe heeft zonet kindje Febe mee op de wereld gebracht)

Elke wikkelt de navelstreng rond de hals terug los. In een warme handdoek komt Febe meteen bij Kim liggen. Een onbeschrijflijke mix van ongeloof, opluchting, gelukzaligheid en voldoening overvalt ons weer: het is gelukt, en we kruipen nu in ons eigen bed, tussen onze dekens, in ons huis, waar Kim Febe warmhoudt, voor ze straks flink zal beginnen drinken, en ik de navelstreng doorknip. De nageboorte gaat vlot, de eerste papieren worden ingevuld, een eerste berichtje naar de familie wordt verstuurd.

En enkele uren later wordt Bent wakker. Hij heeft nog geen idee wat hij gemist heeft die nacht.

Borstvoeding geven aan Cécilekeyboard_arrow_down

Een hele zwangerschap lang had ik uitgekeken naar mijn bevalling. Over borstvoeding en de kraamtijd maakte ik me weinig zorgen. 'Veel huid-op-huid en dragen in de draagdoek, dan komt het wel goed' dacht ik, 'borstvoeding is iets natuurlijks en ik ben vroedvrouw, dat lukt mij wel'.

Vrijdag 10 januari om 7u20 werd Cécile thuis geboren. Een bijzondere, krachtige, unieke ervaring. Ik was opgelucht dat het zo vlot verlopen was. Direct na haar geboorte kwam Cécile huid-op-huid op mij liggen en ongeveer een uurtje na haar geboorte dronk ze voor de eerste keer. Het was duidelijk dat we dit allebei nog wat moesten leren. Cécile deed haar best om aan te happen maar wist nog niet goed wat ze moest aanvangen met haar tong. Met een beetje hulp van vroedvrouwcollega Elke lukte het! Tijdens de borstvoedingslessen die ik zelf geef vertel ik telkens aan de toekomstige ouders dat borstvoeding geen pijn hoort te doen, dat het aanhappen wel gevoelig kan zijn maar dat dit wegtrekt. (Wat bij de meeste vrouwen ook echt zo is) Maar amai... aangenaam vond ik het toch helemaal niet. Maar goed, ik ging er vanuit dat dit wel beter zou gaan dus beet op m’n tanden.

Vrijdag en zaterdag vlogen voorbij. We hadden geen ritme, soms dronk ze om het uur, soms pas na 3 uur. Helemaal normaal! Het was pijnlijk maar ik hou vol! Tot zondagnacht… Cécile wou een hele dag om het uur drinken (wat niet abnormaal is) en ik merkte dat het elke keer pijnlijker werd en ik meer en meer 'schrik' kreeg om haar aan te leggen. Bovendien was het altijd een beetje een gevecht aan de borst, Cécile had niet veel geduld en wist nog altijd niet goed wat te doen met haar tong.

De nacht die volgt verloopt allesbehalve rustig. De pijn was niet meer te verdragen dus kolfde ik manueel en gaf haar deze melk met een lepeltje. Maar voor mijn vierkilobaby waren die druppeltjes duidelijk niet voldoende... Dan toch maar terug aanleggen, huilend van de pijn en de vermoeidheid. Ik telde af naar 8u30, wanneer ik mijn vriend naar de apotheek kon sturen om een elektrische kolf, in de hoop dat dit pijnloos zou zijn. Maar ook dit kon ik niet goed verdragen, mijn tepels waren zo extreem gevoelig en daarbovenop komt er lang niet genoeg melk uit om Cécile tevreden te stellen. Huilend bel ik naar Arlind. Ik was bang dat borstvoeding geven mij niet zou lukken, dat ik Cécile kunstvoeding zou moeten geven (en dan vooral voor de 'zie je wel' reactie van mijn familie). En ook al had ik op voorhand niet echt voor ogen hoelang ik borstvoeding wou geven, ik was in die 3 dagen wel gehecht geraakt aan die momentjes tussen mijn dochter en mij, hoe pijnlijk het ook was.  

Bon, genoeg gepiekerd, een peptalk van Arlind krijgt mij weer gemotiveerd. 'Hanne, ik ken u, ge zijt koppig genoeg om dit vol te houden'. Ja da's waar, ik ben koppig.

Ik besluit verder af te kolven en even niet meer aan te leggen. Zo krijgen mijn tepels even rust. ’s Avonds komt Elke nog langs voor borstvoedingspeptalk nummer 2 en om Cécile te wegen. Cécile was 10% van haar geboortegewicht verloren, de ‘limiet’. Tijd voor actie dus! Ik kolfde elke 2u en zag mijn productie gelukkig al snel stijgen. De dag nadien was Cécile alweer 100 gram bijgekomen en legden we haar terug aan de borst. Pijnloos was het niet en ze had nog steeds moeite met haar tong, maar ik zag het terug zitten. En eerlijk gezegd, dat kolven vond ik maar een gedoe...

De dagen die volgen gaan goed. Op een bepaald moment was ik zelf onder de indruk hoe ‘easy’ het allemaal ging, ook al deed het nog pijn en ging het aanhappen nog niet vlot, al de rest ging ons goed af. Ik had stuwing, waar ik eigenlijk best trots op was, van de 3 druppels colostrum naar goed gevulde borsten met echte moedermelk waar mijn dochter genoeg mee had.

Rond dag 10 merkte ik dat Cécile na de voeding heel onrustig was. Krampjes? De dagen erna wordt dit erger, uren krijsen, ontroostbaar,… Ze had duidelijk ergens last van. Na de voeding leek ze te herkauwen, ze hoestte, ze maakte 'typische refluxgeluidjes',… De avonden en nachten die volgen lijken dramatisch, ik kon op een bepaald moment begrijpen dat ouders hun kind door elkaar schudden zodat het zou stoppen met huilen. Gelukkig deden we dat niet… We probeerden Cécile te troosten door rond te wandelen, te zingen en rustig tegen haar te praten. De tranen liepen regelmatig over mijn wangen, verschrikkelijk om je kind te zien afzien en alles wat je kan doen niet lijkt te helpen... 'Zou ze wel weten dat ik mijn best doe?' 'Oh, zat ze nog maar wat in mijn buik' (ik ben bevallen op 41weken en 1dag en ik was de meest ongeduldige zwangere ever! Maar nu miste ik haar in mijn buik en ergens voelde ik dat zij dit ook miste).

Met de reflux die erger werd, werd ook het probleem met haar tong erger. Op dag 13 lukt het aanhappen helemaal niet meer, ze kreeg geen vacuüm meer. Elke raadde aan te starten met een tepelhoedje. Ik was niet helemaal voorstander maar dacht ‘als ze maar drinkt’... Elke keek ook nog eens goed in haar mondje. De manier hoe Cécile dronk vertoonde tekenen van een te korte tongriem. Dit zou de reflux kunnen veroorzaken. Al kon je op het eerste zicht geen duidelijke korte tongriem zien. Ze maakte een afspraak met een neus-keel-oor arts de week nadien om samen te beoordelen en eventueel de tongriem te knippen. De dagen die volgden waren allesbehalve gezellig, Cécile en ik huilden uren aan een stuk. Zij van de pijn, ik van machteloosheid. Bovendien komt Cécile nu ook niet meer bij. Typisch bij reflux en typisch voor een korte tongriem, dat weet ik, maar wat maakte ik mij zorgen.

In week 3 gaan we naar de NKO-arts om de tongriem te laten knippen. Al was zij niet helemaal

overtuigd dat Cécile haar klachten door de tongriem komen. Het ging de dagen nadien zeker niet slechter. De huilbuien waren er nog maar leken misschien een beetje korter en Cécile leek vaker te slikken aan de borst. Al twijfel ik of dit geen optimisme was. Zonder tepelhoed drinken lukt nog niet.

Het is gek te beseffen dat mijn 'vroedvrouwenverstand' meestal uitgeschakeld staat, ik kijk telkens uit naar de bezoekjes van mijn collega's en heb ook echt nood aan advies. De bezoekjes en consultaties bij mijn collega’s deden mij deugd. Want zij geloofden mij, zij geloofden dat Cécile het lastig had en dat ze reflux had en ze wisten wat dit in hield. Mijn omgeving had hier wel al eens van gehoord, maar kond zich er weinig bij voorstellen. 'Ze heeft wat krampjes zeker?' Euh nee, ze heeft niet 'maar wat krampjes'. 'Heeft ze geen honger, eet ze wel genoeg?' Dit is, denk ik, de meest pijnlijke vraag die je aan een pasbevallen mama kan stellen. Wat een schuldgevoel kreeg ik hiervan!

Op een bepaald moment heb ik het helemaal gehad met bezoek. Het goedbedoelde advies zoals 'leg haar eens in haar bedje' en 'laat haar maar even wenen' maakt mij kwaad. Cécile heeft het al zo lastig, ik wil dat ze zich veilig en geborgen voelt, ik wil dat ze voelt dat er iemand is voor haar, dat ze niet alleen is. Ik wil ook niet dat iemand haar nog vasthoudt. Ik wil haar gewoon bij mij, zoals een kangoeroejong tegen haar moeder aangeplakt.

Dat de huilbuien minderden na het knippen van de tongriem, was een illusie, helaas… We wiegen, wandelen, huilen, ploeteren,… verder. Tot het ons alledrie te veel wordt. Cécile krijst met momenten alsof ze gaat sterven (terwijl ik dit schrijf, klinkt het zo dramatisch maar dat was het op dat moment ook echt). We besluiten naar spoed te gaan, iemand moest ons helpen. Ik ben geen fan van medicatie maar pleaseeee geef ons iets, en snel! Op spoed moeten we wachten, en wachten, en ... wachten... En Cécile krijst en krijst en … krijst. Ik vraag of we niet gewoon medicatie kunnen krijgen en naar huis kunnen, maar dat gaat niet.

Er zijn 2 opties. Ofwel gaan we terug naar huis en krijgen we een afspraak met een dokter in de loop van de week. Ofwel blijven we een nachtje om te observeren of Cécile wel echt veel weent. Ik viel bijna van mijn stoel. Ze geloven mij niet? Ik ben vroedvrouw, ik weet wat normaal is en wat niet en dit is niét normaal. We besluiten toch maar te blijven 'ter observatie'.

De observatie houdt in dat er een verpleegster op 24u  drie keer 5 minuten is komen kijken en de wijselijke woorden 'als je het niet meer aan kan, kom ik ze wel even halen' spreekt. Ik kan het nog wel aan, maar mijn dochter heeft pijn, doe iets alstublieft! Cécile en ik wenen ook daar de uren voorbij. Ik vertik het om de verpleegster te roepen en Cécile te laten meenemen, want ik weet dat ze daar ook gaat huilen en zij haar niet mijn liefde kunnen geven.

De volgende dag krijgen we bezoek van een pediater die ik ken en ons medicatie voorschrift, thank god, eindelijk! En ik moet op koemelkvrij dieet. Na 1 dag medicatie is het een wereld van verschil! En elke dag gaat een beetje beter. Mijn vriend en ik kunnen eindelijk af en toe echt genieten! Het krijsen stopt. Ze weent nog maar het 'scherpe' en pijnlijke kantje is er af. Zalig! Uiteindelijk blijkt ook dat Cécile geen koemelkallergie heeft dus mag ik terug alles eten. Joepie! Koemelkeiwit zit echt in zó veel voedingswaren (zelfs in kipkruiden!).

De weken vliegen voorbij. De reflux is onder controle! Maar Cécile komt nog steeds niet genoeg bij. Ze drinkt nog steeds met tepelhoed en zelfs dat lukt niet altijd. Ik kolf en probeer flesjes bij te geven maar die wil ze niet drinken. Het wordt een chaos van afkolven, aanleggen met tepelhoed, proberen aanleggen zonder tepelhoed, proberen een fles bijgeven. Ik zie door het bos de bomen niet meer. Ik ga van de osteopaat, naar de fasciatherapeut, naar de haptonoom...

Na 2 behandelingen bij de haptonome kan Cécile drinken zonder tepelhoed! (Ze paste NST, neuro structurele integratie therapie, toe. Nooit van gehoord maar het werkte!).  De voedingen verlopen nog niet méga vlot, Cécile verliest nog vaak haar vacuüm, verslikt zich regelmatig en is nog vaak onrustig. Op advies van Elke stop ik met kolven en flesjes geven en geef ik enkel borstvoeding. Zalig! Het doet ook geen pijn meer! Enkel Cécile haar gewicht blijft een ‘probleem’. Ze is gezakt van percentiel 94 naar percentiel 42… Waarom is niet echt duidelijk maar Elke en de pediater bij Kind en Gezin zeggen dat ik mij geen zorgen moet maken.

Ik had gedacht dat ik rond 6 weken wel zou kunnen zeggen dat ik gewoon borstvoeding geef zonder zorgen. Maar het heeft bij ons iets langer geduurd. Ondertussen is ze 16 weken en nu heb ik eindelijk het gevoel dat we ‘vertrokken’ zijn. Ze drinkt goed zonder tepelhoed, volgt haar eigen gewichtscurve, en heeft geen last meer van reflux.

Borstvoeding geven voelt als een enorme verantwoordelijkheid, want ik ben de enige die haar van eten kan voorzien. Maar dat ik nog lang niet stop is zeker! Want hoe moeilijk het soms was, ik twijfelde geen moment dat borstvoeding het beste is voor Cécile en mij.

Als er iets is wat ik in deze weken als mama heb geleerd is dat het leven met een kind niet perfect volgens plan kan verlopen. Soms moet je gewoon accepteren dat het is zoals het is. En gewoon gaan op het ritme van Cécile, en dat ritme is elke dag een beetje anders.

 ‘Laat het los’ mijn mantra, nu en waarschijnlijk voor de rest van het moederschap, voor altijd dus. Een mooie levensles! Stop met stressen over wat je toch niet kan controleren.

Een kind krijgen, het is zot! Zot bijzonder, zot uitdagend, zot beangstigend, zot speciaal, zot mooi, zot zalig, zot vermoeiend, zot leerrijk, zot ... gewoon echt zot.

Borstvoeding: het liep niet van een leien dakjekeyboard_arrow_down

Als je aan je oortjes begint te frunniken terwijl je oogjes zachtjes dicht vallen, als je opgelucht zucht en je tegen me aan vlijt, als je schuin kijkend moet lachen met je grote broer, als je traantjes drogen en je troost vindt, als je gezichtje volledig ontspant in een diepe slaap, als je handjes zoeken naar een bloot stukje vel, overvalt een overweldigend gevoel van liefde en trots me. 18 maanden al zijn we op elkaar in- en afgesteld. 's Nachts zoeken we elkaar in het donker, zonder echt wakker te worden of de ogen te openen. Soms wordt het me allemaal wel eens wat veel, wil ik slapen of weggaan zonder jou. Maar dan kijk je naar mij, zo mooi, zo lief, zo onschuldig, en ben ik weer blij dat ik je nog altijd je steun, je rust, je borstje mag geven. 

Het liep nochtans niet altijd van een leien dakje. 

In het ziekenhuis liet ik me teveel afleiden, waardoor je te weinig at en je opeens dringend bij gevoed moest worden. Je kreeg alleen mama-melk, maar verleerde heel snel het happen. En ik werd geconfronteerd met mijn onzekerheid: misschien wilde je mijn borst niet. Gelukkig kreeg ik je snel terug aan de borst. Jochei! Eerste euvel overwonnen!! 

Wat later kwam je niet goed bij. En wat werd ik weer ongerust. Week na week zei de weegschaal niet wat ik wou. 3 lange maanden van twijfel en zoeken naar wat dat nu toch kon veroorzaken. Ik probeerde alles: vaker voeden, minder afleiding, liggend voeden... tot motilium toe. Ik installeerde zelfs zo'n stomme app op mijn telefoon die het aantal voedingen en de curve bijhoudt. En wat twijfelde ik aan mezelf. Gaf ik je wel alles wat je nodig had? Gelukkig was er Elke die je gewicht mee opvolgde en steeds maar zei dat je zo'n blije baby was en zoveel moest lachen. En Arlind die me op de babymassage gerust stelde dat je voor de rest meer dan mee kon met de baby's van jouw leeftijd.

En een geluk met een ongeluk, gaf die afvlakkende curve me de motivatie om je zelf te gaan voeden in de kribbe. Dat maakte de aanpassing van altijd samen naar opeens apart voor beide draaglijker. En we bleven op elkaar in gespeeld. Ondertussen vraag je overdag nog zelden om borstje. Heel geleidelijk aan, op ons ritme, maakte je je telkens een beetje meer los van me en won je wat meer zelfstandigheid. 

Makkelijk was het dus niet altijd. Hoewel het ook nooit echt moeilijk was. Het best ging het als ik vertrouwen had in mezelf en in jou. De natuur zit echt wonderlijk slim in elkaar. Het moeilijkst was het als er twijfel ontstond of gezaaid werd. 

Als ik het dus opnieuw zou kunnen doen, zou ik erop vertrouwen dat jij weet wat je nodig hebt en dat mijn lijf weet wat daaraan te doen. Ik zou je dicht bij mij houden, aan je hoofdje snuffelen en je vaak laten drinken. Ik zou mijn tijd niet verspillen aan voedingen noteren en apps bijhouden. En telkens als ik onzeker werd, zou ik naar je kijken. 

Wat een gelukzalig gevoel als je je tegen me nestelt. 

Mijn borstvoedigsverhaal, Junokeyboard_arrow_down

24 augustus 2019, start van de derde hittegolf in de zomer van 2019, maar vooral de geboorte van Juno in het UZBrussel, een stevig brokje van exact 4000g. Ik was uitermate gemotiveerd om borstvoeding te geven dus Juno werd snel – zoals het hoort – een eerste keer gestimuleerd om te drinken aan de borst. 

‘Dat is wel een hevige baby, zo happen, ze heeft precies niet veel geduld’ zei de vroedvrouw direct. Het was zoeken zowel voor mij als voor Juno, maar het feit dat er al heel snel een druppeltje melk kwam stelde me gerust en ik genoot van de intimiteit. Het aanhappen lukte niet zo vlot, maar met de hulp van de vroedvrouwen bleven we ons best doen. Pijnlijke tepels en de eerste kloven bleven uiteraard niet lang uit. Op dag 2 werd de weegschaal bovengehaald, 3700 g, afgevallen ‘maar nog net ok’. Gelden die 8% op dag 2 en 10% op dag 3 dan ook voor borstvoedingsbaby’s? Geen paniek alleszins, en wij bleven flink verder doen. 

De tweede nacht verliep niet zo vlot, Juno wou een laatste keer drinken rond 2u en daarna alleen maar geschreeuw. Niet willen slapen, niet willen eten. Een paar uur later werd al gezegd ‘Mevrouw, het is een zware baby, en het is zo warm, we zullen haar iets moeten bijgeven’. Maar ik kon toch niet nu al opgeven? Een krijsende baby in mijn armen, tranen bij mij, maar ik weigerde. Ik voelde me op dat moment de slechtste moeder ter wereld en hoopte dat Juno gewoon weer wou drinken maar ze bleef weigeren. Tegen de ochtend werden de twee opties besproken: starten met kolven en – als dat lukte – direct geven of toch bijvoeding opstarten. Dat het niet aan mijn melk productie kwam werd snel duidelijk en gelukkig nam Juno zonder problemen het flesje afgekolfde melk. Mijn laatste dag en nacht in het ziekenhuis bestonden dus uit baby aanleggen en kolven. Gelukkig wou ze in de loop van de dag ook zelf weer drinken, in rugby houding en met tepelhoed. Onze inspanningen leverden het gewenste resultaat en de dag nadien mochten we met een gewicht van 3740 g naar huis! De vroedvrouw nam contact op met de collega’s van Zwanger in Brussel om toch even te schetsen hoe onze eerste dagen waren verlopen en voor verdere opvolging.

De eerste dagen kwam Arlind aan huis en Juno kwam nog steeds mooi bij. Voor de zekerheid kwam Febe in het weekend langs en een week na haar geboorte was ze terug gezakt tot 3690 g. Teleurstelling bij mij natuurlijk, maar op dat moment met borstvoeding stoppen was voor mij geen optie. Febe stelde me ook enorm gerust. Juno dronk heel lang, vermoedelijk vergde het meer energie om te drinken dan dat ze eraan overhield. Ik zou starten met haar maximum een kwartiertje langs elke kant te laten drinken en vervolgens een flesje afgekolfde melk aan te bieden. Best wel intensief, telkens Juno aanleggen en ook nog eens 8 keer op een dag kolven maar zo gezegd zo gedaan. Haar gewicht evolueerde traag maar zeker in de goede richting. Twee weken na haar geboorte kwam Hanne langs, ik had toen voor mezelf uitgemaakt dat als ze dan niet echt een ‘goed pakje’ was bijgekomen, we zouden starten met bijvoeding. Maar net op dat moment kwam de 4 kilogram weer in zicht! Hoera! Nu we hier geraakt waren, was het evident om verder te gaan met 8 keer op een dag kolven. Na ongeveer 2,5 week had Juno opnieuw haar geboortegewicht en minderde ik met kolven. Drie weken na haar geboorte stapten we over op enkel borstvoeding op vraag. En dit ging goed, rond 4 weken zaten we mooi op 4400 g, waren we vertrokken? Kon ik eindelijk de onzekerheid loslaten? Want makkelijk was het niet, ik panikeerde heel snel als ik het gevoel had dat Juno minder goed dronk. Mensen op babybezoek begrepen dit meestal niet: ‘Ze heeft toch wat reserve zeker met haar 4 kg’. Natuurlijk had ze reserve! Maar ook een baby van 4 kg moet bijkomen. Bovendien heeft ze nogal stevige kaakjes, waar mensen ook vaak over begonnen, niet beseffende hoeveel moeite ik aan het doen was om dat gewicht in stijgende lijn te krijgen...

De weken gingen voorbij – met nog een borstontsteking rond 5 weken – en we werden verder opgevolgd. Juno kwam telkens wel bij, maar meestal niet echt veel en was daardoor toch een beetje van haar curve aan het glijden. Telkens die teleurstelling als je de cijfertjes op de weegschaal ziet, de onzekerheid bij mij en vooral de vraag: ‘Waarom gaat het niet beter? Wij doen zo ons best.’ Ik moet eerlijk toegeven dat ik ondertussen een haat-liefde verhouding had met de borstvoeding, maar dat de liefde en de intimiteit wel overwogen. Evengoed kon ik soms zeer moeilijke momenten hebben en de angst voor ‘Ohnee ze moet weer op de weegschaal’ bleef. Het was snel duidelijk dat Juno een zeer alerte baby was (en is), ze zou maar eens iets moeten missen! We beslisten om haar (nog) meer in de draagdoek te nemen overdag om wat meer te slapen, uiteraard ook uitermate belangrijk. Rond 9 weken zitten we dan eindelijk boven de 5 kilo! Joepie! Vijf kilo en bijna 60 cm met MIJN melk, maar ook de nodige hoeveelheid bloed, zweet en tranen (vooral dat laatste). Ik had soms het gevoel dat ik niet de beste mama voor Juno kon zijn, omdat ik – als zij vrolijk lag te spelen – al schrik kreeg voor de volgende voeding. Ze kon ook zo onrustig zijn aan de borst, continu aanhappen en loslaten, armen die langs alle kanten vlogen of beginnen wenen. Maar evengoed kon ze ook heel rustig drinken en dat was genieten. Drinken zonder tepelhoed hebben we lang geprobeerd, en ze kon het, maar ook hier liet ze telkens snel los en werd ze snel gefrustreerd. Rond 10 weken had ik een afspraak bij Elke, om mij vertrouwen te geven, dat ik de onzekerheid achter mij kon laten. Maar de weegschaal gaf aan dat Juno niet was bijgekomen, ze was zelf afgevallen. Opnieuw die teleurstelling bij mij en vooral verbazing bij Elke. ‘Ze ziet er zo goed uit, ze ligt hier te lachen’. Elke nam de tijd om samen alles eens goed te overlopen, mogelijks  is de tongriem bij Juno wat te kort waardoor ze niet efficiënt genoeg drinkt en het ook niet lukt om zonder tepelhoed te drinken. Op dat moment zijn er 2 opties: ik start terug met 7 keer op een dag kolven zodat ze via een flesje kan drinken, we gaan op consultatie om haar tongriem te laten nakijken en eventueel te laten knippen en – als het zou helpen – kan ze opnieuwe aan de borst (leren) drinken. De tweede optie is de borstvoeding afbouwen en starten met flesvoeding. Met veel tranen en pijn in het hart heb ik voor de tweede optie gekozen. Ik had gewoon het gevoel dat ik die onzekerheid niet langer kon volhouden. En Juno verdient toch een mama die zich optimaal voelt? Die echt kan genieten van de tijd samen thuis? Sowieso begon ik terug te kolven, zodat Juno van een flesje kon drinken wat voor haar makkelijker is, maar begon ondertussen ook af te bouwen. Gelukkig kon ik niet alleen rekenen op de vroedvrouwen van Zwanger in Brussel ‘Soms is het gewoon echt moeilijk, je moet je hier niet slecht over voelen’ maar ook op mijn omgeving voor de onvoorwaardelijke steun.

Ik mis de intimiteit van de borstvoeding, ik had het zo graag anders gezien, ook omdat ik weet dat dat nu eenmaal het beste is voor je kindje. Maar als de haat in de haat-liefde verhouding begint te overwegen kan het Juno ook niet ten goede komen. Dat besef ik al te goed, maar toch was het echt geen gemakkelijke belissing. Ik probeer niet teveel na te denken over de ‘wat als we toch de andere optie gekozen zouden hebben’, ik heb Juno 10 weken en 4 dagen uitsluitend borstvoeding gegeven en ben daar heel fier op. Dit was niet gelukt zonder de hulp en de ondersteuning van Zwanger in Brussel, dank je wel!

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x