Verhalen

We geven graag een positief en realistisch beeld via verhalen van jullie voorgangers. Heb je zelf je verhaal opgeschreven? Mail het naar info@zwangerinbrussel.be!

Geboorte van Célia in het ziekenhuiskeyboard_arrow_down

Het verhaal van de geboorte van Célia in het ziekenhuis, tweede kindje voor haar mama en papa.

Zaterdag 17 juni 2017, 22u37u, 32°C. Ter hoogte van de Home of Cooking achter het Muntplein, brak discreet mijn water. De afgelopen dagen kondigde mijn losgekomen slijmprop ook zachtjes aan dat het bijna zover was. Ik kreeg last van lage rugpijn en telde de afgelopen uren een record aantal harde buiken. Dat mocht ook wel na een dag als deze waarop ik ijverig hielp een buffetkast en loodzwaar bed te verhuizen, fanatiek trappenliep, fietste over kasseien, vol overgave stofzuigde en dweilde, tonic dronk en tot slot om kwart na tien ‘s avonds nog een laatste keer de benen strekte. Bovendien wou ik mijn stelling kracht bij zetten dat een tweede kind in het weekend geboren wordt, als het eerste op logee is. Dan kan de zwangere moeder zich beter ontspannen want geen zorgen over de oudste telg. Het was trouwens de laatste kans om mijn gelijk te bewijzen, mijn inleiding stond komende dinsdag op de agenda. Daar had ik hoegenaamd geen zin in. Ik zag het al voor me: een vroeggeboorte bij de zoon en mevrouw die zich laat inleiden, dat is er zwaar over. 9 dagen overtijd is lachwekkend genoeg.

Opgewonden wandelde ik verder, zette mijn muziek wat luider en dacht: ze komt, ze komt! Toegekomen aan ons appartement twijfelde ik of ik niet beter de lift zou nemen, maar besloot toch om,  zoals ik al vier weken deed, de zes verdiepingen met de trap te doen. Voor de zekerheid en om geen vertraging op te lopen.

Thuis riep ik opgetogen naar Anton dat het zover was. Net zoals bij Mauro’s geboorte lag hij te slapen, veerde onmiddellijk recht en kwam naar me toe. Twee keer strippen, seks, trappenlopen, ananas eten, acupunctuur (ik werd radeloos), vaginaal oliesmeren, het pikantste gerecht bij de Thai bestellen, tonic drinken, uren in bevallingsbevorderende houdingen zitten en deze actieve dag zullen ein-de-lijk hun vruchten afwerpen! Enthousiast belden we, te vroeg volgens de richtlijnen van de belbrief van Zwanger in Brussel met Arlind. Echte weeën had ik nog niet en ik kroop op haar advies mijn bed in. ‘Probeer nog wat te rusten, je zal je energie nodig hebben.’ 

Van zodra ik me neerlegde kwamen de eerste weeën. Maar goed ook, ik had er goesting in. Anton bouwde een gezellig weeënhoekje in de slaapkamer: gedempte lichten, handdoeken op de vloer, zitbal bij de aanslag, druivensuiker en water binnen handbereik en zijn handen stevig gepland in mijn onderrug. Fragmenten uit het boek Veilig Bevallen van Beatrijs Smulders flitsten door mijn hoofd: je volledig laten gaan, niet verzetten, mentaal en fysiek openen. Ik zette me in verschillende poses uit de prenatale yoga en schreeuwde het geregeld uit. Dat deed deugd. Ondertussen hield Anton de tijd tussen de weeën bij. Die was best kort. Na drie kwartier belde hij Arlind terug op. ‘Dat ze om de 3 à 5 minuten komen, nog al lang aanhouden en stevig lijken.’ Daar ging haar powernap.

Bij ons thuis had ze snel door dat het menens was. Ze wist dat ik in het ziekenhuis wou bevallen. ‘Ik stel voor dat we stilaan vertrekken. Hoe wil je gaan?’ Aangezien ons appartement als bijvleugel van Sint-Jan kan worden beschouwd, antwoordde ik vastberaden dat ik te voet wou gaan. Waar ik voordien twee minuten over wandelde, deden we er nu ruim een half uur over. Bij elke paal (en ook daar tussen) hield ik stil, ving ik een wee op, schreeuwde het uit. Op 50 meter van de spoedafdeling passeerde een groepje moslimmannen, net na de Iftar, en vroeg bezorgd of ze geen ambulance moesten bellen. Arlind geloofde in mijn kunnen en bedankte hen vriendelijk.

Tussen de aankomst op de spoed en ons installeren in de verloskamer herinner ik me weinig. Arlind nam de regie over, ik moest gewoon volgen. Ook deze keer hadden we geluk en zaten we in de grote verloskamer met bad, zitbal en hangtouwen. Een vroedvrouw in opleiding vroeg of ze de bevalling mocht meevolgen. Ze heette Celia. Anton en ik keken elkaar aan. Dit komt meer dan goed.

Ik trok onmiddellijk mijn kleren uit, zoog de zoveelste druivensuiker naar binnen, verbeet het plaatsen van het slotje voor een eventuele katheter en begon rond te wandelen. Arlind vroeg of ik een bad wou. Graag. De weeën leken mee te werken (niet minder frequent, wel draaglijker). Tussen twee weeën dommelde ik in en liet mijn heupen wijd openvallen. In mijn hoofd herhaalde ik de mantra ‘openen, openen, openen.’ Ik had snel persdrang. Toen na een tijdje bleek dat ik nog 1 cm te gaan had voor ik echt kon beginnen persen, kroop ik uit bad. Ik nam het blikje iced-tea (geen bevalling zonder iced-tea) en dronk het, over de venster leunend, in een teug op. Buiten was het eindelijk minder heet, nog steeds donker en stil. Dat moment ervoer ik een intens geluk.

Kort daarna kreeg ik het even moeilijk. Dat het toch echt wel stevig was, die weeën. Arlind moedigde me aan op een manier dat ik kon verdragen. Geen standaard schouderklopje maar oprechte steun. Uit haar stem klonk bewondering en vertrouwen. Ik maakte opnieuw de klik, kroop terug het bad in om ook die laatste koppige centimeter te laten weken en van zodra ik terug persdrang voelde kwam ik er uit. Nu was de baarkruk aan de beurt. Een wc-bril op poten, wat een uitvinding. Ik leunde naar achteren op Anton en duwde me telkens er een wee kwam stevig af met mijn ellebogen op zijn knieën. Snel, het leek een kwestie van minuten, kwam haar hoofdje tevoorschijn. De zwaartekracht nam over, ik stak enkel dat laatste tandje bij. En opeens was ze daar, ons meisje, Célia, geboren om 5u28. Opgelucht, euforisch en verliefd hield ik haar vast.

Lang leve de zondagskinderen.

Geboorte van Brecht in het ziekenhuiskeyboard_arrow_down

Het verhaal van de geboorte van Brecht in het ziekenhuis, eerste kindje voor haar mama en papa.

Lieve Brecht,

Daar ben je dan eindelijk! We keken al zo lang uit naar je komst, maar je had het nog zo goed naar je zin in mijn buik, dat je besloot tien dagen langer bij mij te blijven. Die uitgerekende datum, we wantrouwden hem al lang, maar uiteindelijk ga je daar toch naartoe leven. En elke dag na 15 maart duurde te lang. Ik was al meer dan vier weken thuis. Alles waarvoor ik na jouw komst geen tijd meer zou hebben, zeggen ze dan, had ik inmiddels al twee keer gedaan. Op restaurant, naar Ancienne Belgique, het filmhuis, elke dag de krant van A tot Z lezen: ik had er zo naar uitgekeken, maar dit begon toch echt te vervelen. En met het verstrijken van de tijd begon ik zelfs een beetje ongerust te worden. Het scenario van de bevalling, dat ik al in detail kende, begon steeds minder realistisch te worden. Straks zou ik niet geholpen door een vertrouwde vroedvrouw bevallen en zou het ziekenhuis het heft overnemen. Gelukkig hadden de vroedvrouwen er nog steeds het volste vertrouwen in. Zij wisten mij bij elk bezoek weer gerust te stellen. Jij had nog alle tijd om uit je zelf te komen. En zo ging het.

Febe moest je wel een handje helpen door je hoofdje even te kietelen (strippen heet dat dan). Maar je sliep nog lekker door. Pas de volgende ochtend begon het te rommelen. Toch durfde ik nog niet te geloven dat dit het begin was. Die ochtend moesten we sowieso naar het ziekenhuis om jouw hartje te monitoren. Vanzelfsprekend stapten we op de fiets: in Brussel ben je kruipend sneller op je bestemming dan met de auto (dat zou later die dag nog blijken). Na een paar honderd meter werd dit toch te ongemakkelijk en ben ik bij heit (Fries voor vader) achterop de fiets gestapt.
Eenmaal aan de monitor bleek dat met jou alles dik in orde was en dat mijn buikpijn wel degelijk weeën waren. ‘Dat kan nog wel een paar dagen duren. Of niet, en dan zien we jullie vanmiddag wel weer,’ zei de verloskundige.

Weer thuisgekomen, deze keer met een taxi, duurde het niet lang meer voordat de arbeid echt losbarstte. Op handen en knieën onder de douche en daarna opgesloten in een verduisterde kamer diende je jouw komst met steeds grotere regelmaat aan. Heit kwam naast ons zitten en kon nog even de krant lezen en proberen mij tussen de weeën door wat fruit te voeren. Na een paar onwezenlijke uren kwam Febe aangefietst. Zij kwam al snel tot de conclusie dat wij al een aardig eind op weg waren. We konden langzamerhand wel eens naar het ziekenhuis gaan. Het was16u00 en omdat ik me zo verdiept had in allerlei bevallingsverhalen begon ik te rekenen dat jij voor de nacht in mijn armen zou liggen. Febe stapte weer op de fiets en wij in de auto, op handen en knieën op de achterbank. Ik ben benieuwd wat de Brusselaars hebben gedacht bij die aanblik. Uiteraard hebben we de hele route stapvoets moeten voortbewegen en bij elk stoplicht, omringd door de kakofonie van het Brusselse verkeer, stilgestaan. Ook bij de spoedeisende hulp konden we op weinig coulance van de andere automobilisten rekenen en dachten zij met flink toeteren jouw heit te kunnen aansporen mij sneller van de achterbank te helpen.

In de verloskamer -en ineens dringt de volledige betekenis van het woord verloskamer goed tot mij door- heb ik samen met Febe alle mogelijke posities uitgeprobeerd: van het bed naar de skippybal om uiteindelijk in bad te belanden, zoals we al eerder hadden besproken. Wat was dat heerlijk! Febe begeleidde het hele proces zo kalm, dat het voelde alsof heit en ik alleen waren. Zij maakte het bad warmer als ik het koud had, bracht water als ik dorst had en een koud washandje als ik het weer te warm had. Buiten werd het langzaamaan schemerig, het was zowaar sfeervol in de kamer. Op een gegeven moment moest ik van Febe toch nog even naar het toilet. Hangend op haar en heit lukte dat maar nauwelijks. Buiten mijzelf heb ik heit zelfs even gebeten! Maar uiteindelijk was dat het enige leed dat hij te verdragen kreeg. Al die yogalessen waren toch niet voor niets geweest. Concentrerend op mijn ademhaling en volledig in mijzelf gekeerd liet ik de golven van pijn over mij heen gaan. Ik had lang gepiekerd over het al dan niet vragen om pijnbestrijding, maar tijdens de bevalling heb ik daar geen moment aan gedacht.

Teruggestrompeld in een verschoond bad voelde ik dat jij er ook klaar mee was: er uit! Jij begon ook te werken en dat hebben we samen een halfuur gedaan. Heit zat achter ons gehurkt, Febe en een tweede vroedvrouw tegenover ons aan de rand van het bad. Het was inmiddels donker geworden buiten. Ik heb geschreeuwd, niet wetende dat ik zulke kreten produceren kon. En toen, dat laatste stukje: ik kon je hoofdje al zien. ‘Nog een keer persen’, verzekerde Febe mij. Daar kwam je, als een wit wormpje in het water. Een tel later lag je al op mijn borst. Na al die maanden een idee in ons hoofd en een bewegende bult in mijn buik ben je ineens onze dochter, echt, Brecht!

Thuisgeboorte van Florekeyboard_arrow_down

Het verhaal van de thuisgeboorte van Flore, tweede kindje voor haar mama en papa.

Mijn tweede zwangerschap en deze keer nog zwaarder dan de eerste. Bekkeninstabiliteit, misselijkheid, dagelijks (veel) harde buiken vanaf 4 maand…  Na 5 maand ben ik gestopt met werken omdat ik zelfs geen halve dag meer op mijn bureaustoel kon blijven zitten. De volgende 4 maanden zat ik dus thuis en probeerde ik veel te rusten, wat niet altijd gemakkelijk was met een peuter van bijna 2,5 in huis. Maar al bij al was het toch weer een vrij rustige zwangerschap zonder al te veel stress.

Op 37 weken had ik het wel weer gehad met die dikke buik. We kregen groen licht voor een thuisbevalling en dus mocht onze kleine meid er nu wel uit van mij. Zij dacht daar anders over (slim kind!) en liet ons wachten tot haar uitgerekende datum. Die nacht, rond 4u (net zoals bij Ellie) voelde ik harde buiken die precies toch iets erger waren dan normaal. Ik lette een beetje op de klok en ze kwamen toch al mooi om de 10 minuten ongeveer. Na een uurtje ging ik naar de wc omdat ik dacht dat mijn water gebroken was, maar het bleek bloed te zijn. Even paniek dus, maar al gauw bleek het de slijmprop te zijn en kon ik weer opgelucht ademhalen. Ik besloot dat het tijd was om Tom wakker te maken. 

We belden ook meteen de vroedvrouw (Arlind was slachtoffer van dienst), mijn zus Esther, die ook deze keer ons ging bijstaan bij de bevalling en de babysit voor Ellie. Alle drie stonden ze er een half uurtje later, lekker druk zo om 5u30 ’s morgens. Ellie was nog half aan het slapen, maar toen ik vertelde dat de baby uit mijn buik ging komen, was ze wel blij (en ook omdat ze dan bij haar vriendin Elly mocht gaan spelen). Ik zat ondertussen op mijn knieën, leunend op de bal. Er kwam weer een wee en ik sloot mijn ogen om die op te vangen, maar dat vond Ellie blijkbaar niet leuk, want ze zei dat ik ‘niet mocht slapen’. Ik zei dat ik een beetje pijn had en daarvoor gaf ze mij een dikke kus, de lieve schat. Eens zij vertrokken was, was ondertussen ook al de matras naar de woonkamer gehaald en alles in gereedheid gebracht voor de rest van de dag (want ja, wij gingen er van uit dat het weer een hele dag ging duren, Ellie haar geboorte had immers 13u geduurd). Al snel bleek dat het deze keer toch wel ietsje sneller ging. 

Om 6u30 had ik al een goeie 6cm ontsluiting en besloot ik nog even in bad te gaan. Ik kon de weeën heel goed opvangen in dat heerlijke warme water tot ongeveer 7u15. Na 1 ietwat intensere wee (lees: niet meer op te vangen in bad), besloot ik terug naar beneden te gaan. Eens uit het bad voelde ik mij zo misselijk, maar dat was blijkbaar normaal, het teken dat het begonnen was. Na nog een korte stop op de wc ben ik met ondersteuning van Esther naar beneden gestrompeld. Op handen en knieën, leunend op de zetel en 2 weeën later begonnen ineens de persweeën al! Iets waar ik bij Ellie 12u heb op moeten wachten, was er nu al na 3,5u! Bij de volgende wee braken ineens mijn vliezen (wat een kracht! Mijn zus mocht een andere broek gaan aandoen). Weer enkele weeën later was er ineens de ‘superwee’, die waarbij het hoofdje komt klaar te zitten om eruit te komen en die leuke ‘ring of fire’ veroorzaakt. Blijkbaar had ik nogal erg mijn best gedaan, want Arlind maande mij aan om bij de volgende wee niet te hard meer te persen. En inderdaad, ik heb toen meer tegengehouden dan meegeduwd en daar was haar hoofdje al! Toen Arlind zei ‘Sarah, ze heeft haar’, was ineens alle pijn verdwenen! Ik besefte dat ik ze eigenlijk al kon zien en zelfs aanraken… en ze had echt haar! (even ter verduidelijking: Ellie had dat niet). Nog één wee later floepte ze er helemaal uit en gaf Arlind ze tussen mijn benen in mijn armen. Wat een ontlading! Ik zag ze wenen en het eerste wat ik dacht was ‘die pruillip, net haar zus!’ Wat was ze mooi, onze kleine Flore! 

Een kwartiertje later was de navelstreng uitgeklopt en mocht Tom die doorknippen. Flore bleef lekker op mij liggen en begon toen zelf te zoeken naar de borst. Ze vond ze ook, maar het duurde wel even voor ze echt door had wat ze er mee moest doen. Ondertussen kwam mijn placenta maar niet. Ik zag Arlind en Marloes (die iets ná de geboorte was aangekomen, we waren weer eens te snel geweest), fluisteren en dat betekent nooit veel goeds. Ik had echt schrik dat ik toch nog naar het ziekenhuis ging moeten gaan. Maar een spuitje, wat geduw op mijn buik en wat hulp van de zwaartekracht later, kwam hij er eindelijk toch uit. Wat een opluchting. Flore was ondertussen even verhuisd naar de blote borst van papa en vond dat blijkbaar ook wel fijn. Nadat ik wat opgekuist was, kon ze terug bij mij liggen en dronk ze voor de eerste keer echt goed aan de borst! Daarna volgde nog de obligate meet- en weegsessie: 51cm en 3.5kg, weer een flinke meid erbij. 

Even later was heel de woonkamer opgeruimd, de papierwinkel ingevuld en vertrokken Arlind en Marloes. Toen was het tijd om even te bekomen, iets te eten en een douche te nemen. Ondertussen bakte mijn zus een appelcake, aangezien ik deze keer niet de tijd had gehad om er zelf een te bakken tijdens het opvangen van de weeën. Enkele uurtjes later kwamen onze ouders en mijn broer op bezoek om hun tweede kleindochter/nichtje te bewonderen. Tegen de avond kwam ook Ellie (samen met haar vriendinnetje Elly en haar ouders en kleine babyzusje) kennismaken met haar zusje. Ze was even zo overdonderd door al die mensen in huis en door haar zusje, die nu niet meer in mama haar buik zat, maar er bovenop lag. Maar al gauw werd Flore bedolven onder de knuffels en kusjes. Even later dronken ze voor het eerst samen aan de borst.

Nadat iedereen naar huis was (lees: ik ze weggestuurd had), konden we genieten van onze eerste avond samen. Ellie ging nog een nachtje bij Elly slapen, zodat wij zeker een ‘rustige’ nacht konden hebben met Flore. En inderdaad, vanaf nacht 1 bleek al dat dit een heel ander kindje is dan haar zus (of is onze perceptie als ouders zo veranderd?). 

Het was een heel andere ervaring dan bij Ellie, alles ging zo veel sneller. Maar Team Baby heeft dat weer goed gedaan. Tom, Esther en de supervroedvrouwen van Zwanger in Brussel, Arlind en Marloes waren mijn helden van de dag. Maar natuurlijk was die kleine meid van ons de grootste ster! Welkom lieve Flore! 

Thuisgeboorte van Febe, vaderperspectiefkeyboard_arrow_down

Het verhaal van de thuisgeboorte van Febe, tweede kindje voor haar mama en papa.

Donderdagochtend 26 april hoor ik Bent zeuren door de babyfoon: tijd om op te staan! Ik haal ons zoontje uit z’n bed, zet hem in de badkamer op het ververskussen en help ‘m uit zijn luier. Ondertussen trekt hij ogen groter dan watermeloenen en roept hij ontzettend enthousiast: “Kijk papa! Een baby!” Door de deuropening ziet hij z’n mama in bed liggen met het pasgeboren zusje.

Vroedvrouwen Elke en Febe zijn op dit moment al de deur uit, nadat ze mee geschreven hebben aan een fantastische pagina in het verhaal van ons gezin. Tweeënhalf jaar geleden ging dat van start met Bents geboorte in het UZ, vandaag komt daar bij ons thuis Febe bij – en hoe!

Bij Bent overwogen we de optie van een thuisbevalling al, maar bleef de twijfel te groot. Is een ziekenhuis niet veiliger? Willen we bevallen in ons huurappartementje? We besloten gewoon in het UZ te bevallen – en ervaring op te doen voor de volgende kindjes. Er kwamen hele sympathieke vroedvrouwen aan te pas, een inleiding, een pijnlijk knipje, weinig tot geen communicatie ondanks uitgeschreven bevallingswensen, onzekerheid over het gemak van een tweepersoonskamer,… Al bij al een gewone bevalling.

Het ziekenhuis is geen verschrikkelijke plek. De dokters kennen hun stiel. De vroedvrouwen en verplegers zijn vriendelijk. De kamers zijn in orde. De bezoekers vinden hun weg dankzij kleurrijke kronkelende lijnen. De plastic maaltijden zijn opgesteld door een diëtist. Maar toch: dit moet fijner kunnen. Aangenamer. Spontaner. Natuurlijker. Rustiger. Normaler, eigenlijk.

We kennen Zwanger In Brussel intussen een beetje en willen graag onze tweede bevalling met hen thuis meemaken. We hakken de knoop niet meteen door, waardoor we redelijk laat vragen of er nog een thuisbevalling bij kan: gelukkig is er nog plaats voor ons! Na enkele voorbereidende gesprekken voelen we er ons helemaal klaar voor: nu is het enkel nog wachten tot de baby evenveel zin heeft om de wereld te ontdekken als wij haar. Ze laat echter op zich wachten, en 8 dagen na de uitgerekende datum slaat de schrik toe dat we toch opnieuw in het UZ zullen horen dat een inleiding nodig zal zijn.

Dan maar gaan zaalvoetballen, denk ik, het zal m’n gedachten verzetten. (Tip aan alle toekomstige ouders: maak uw agenda niet leeg om op een bevalling te anticiperen! Afwachten met niets om handen is niet goed voor uw bloeddruk!) Om 22u ben ik terug en ga ik Kim dagzeggen, ze leest nog rustig een boek in bed. Om 24u ga ik zelf slapen… en Kim blijkt doodleuk weeën te hebben! We timen ze: ze volgen elkaar al snel op, zo’n 4 à 5 minuten. Dan toch? Ongeloof en verwondering? Steeds houden we de klok in het oog om te beslissen of we wel degelijk moeten bellen naar ZIB. Voor we het weten is het al 1u.

Kim belt, maar twijfelt: de intensiteit van de weeën lijkt wel mee te vallen? Elke raadt aan om nog even in een bad of douche te springen. Het wordt een bad en het doet deugd: de weeën komen zachter aan… maar ook minder snel. “Dit zal niet waar zijn”, denkt Kim, “straks stopt dat hier en komt de bevalling toch niet gewoon op gang” en ze springt uit bad. (Nu ja, ‘springt’). De weeën worden effectief weer steviger en terwijl Kim zich opnieuw afvraagt of we Elke echt wel wakker mogen bellen, is het tijd om toch even te pretenderen dat je als man iets te zeggen hebt tijdens een bevalling: Euh ja, we bellen, quoi. Om 2u40 bellen we Elke opnieuw, om 3u10 staat ze aan onze deur, en meteen met goed nieuws. Kim hoopt immers ‘dat ze toch al 2 cm ontsluiting zal hebben’. Nou, het blijken er al 7 te zijn. Nu gaat alles snel: Elke belt tweede vroedvrouw Febe, Kim zoekt houdingen om de weeën op te vangen, ik probeer niet in de weg te lopen en warm op professionele wijze kersenpitkussens op.

Als Febe toekomt, is er een extra paar handen om ook gauw de baarkruk uit de auto te halen. Ik installeer me op een stoel achter deze kruk zodat ik Kim kan ondersteunen en moed influisteren. Maar op dit punt –en veel eerder- moet ik benadrukken dat ik al lang volkomen vertrouwen heb in Kim. Zij kan dit best. Ik vind haar een natuurtalent. Een bevalling roept honderden vraagjes op: hoe doe ik dit, hoe lukt dat het best? maar de antwoorden komen vanzelf bij Kim. De weeën zijn nu duidelijk overgegaan in persweeën. Het water breekt. Een tweetal persweeën lijken te dienen ter opwarming, daarna is ’t serieus: een keer of drie meepersen en Febe is geboren!

(Enige verwarring bij de lezer is nu mogelijk. Jazeker, vroedvrouw Febe heeft zonet kindje Febe mee op de wereld gebracht)

Elke wikkelt de navelstreng rond de hals terug los. In een warme handdoek komt Febe meteen bij Kim liggen. Een onbeschrijflijke mix van ongeloof, opluchting, gelukzaligheid en voldoening overvalt ons weer: het is gelukt, en we kruipen nu in ons eigen bed, tussen onze dekens, in ons huis, waar Kim Febe warmhoudt, voor ze straks flink zal beginnen drinken, en ik de navelstreng doorknip. De nageboorte gaat vlot, de eerste papieren worden ingevuld, een eerste berichtje naar de familie wordt verstuurd.

En enkele uren later wordt Bent wakker. Hij heeft nog geen idee wat hij gemist heeft die nacht.

Borstvoeding: het liep niet van een leien dakjekeyboard_arrow_down

Als je aan je oortjes begint te frunniken terwijl je oogjes zachtjes dicht vallen, als je opgelucht zucht en je tegen me aan vlijt, als je schuin kijkend moet lachen met je grote broer, als je traantjes drogen en je troost vindt, als je gezichtje volledig ontspant in een diepe slaap, als je handjes zoeken naar een bloot stukje vel, overvalt een overweldigend gevoel van liefde en trots me. 18 maanden al zijn we op elkaar in- en afgesteld. 's Nachts zoeken we elkaar in het donker, zonder echt wakker te worden of de ogen te openen. Soms wordt het me allemaal wel eens wat veel, wil ik slapen of weggaan zonder jou. Maar dan kijk je naar mij, zo mooi, zo lief, zo onschuldig, en ben ik weer blij dat ik je nog altijd je steun, je rust, je borstje mag geven. 

Het liep nochtans niet altijd van een leien dakje. 

In het ziekenhuis liet ik me teveel afleiden, waardoor je te weinig at en je opeens dringend bij gevoed moest worden. Je kreeg alleen mama-melk, maar verleerde heel snel het happen. En ik werd geconfronteerd met mijn onzekerheid: misschien wilde je mijn borst niet. Gelukkig kreeg ik je snel terug aan de borst. Jochei! Eerste euvel overwonnen!! 

Wat later kwam je niet goed bij. En wat werd ik weer ongerust. Week na week zei de weegschaal niet wat ik wou. 3 lange maanden van twijfel en zoeken naar wat dat nu toch kon veroorzaken. Ik probeerde alles: vaker voeden, minder afleiding, liggend voeden... tot motilium toe. Ik installeerde zelfs zo'n stomme app op mijn telefoon die het aantal voedingen en de curve bijhoudt. En wat twijfelde ik aan mezelf. Gaf ik je wel alles wat je nodig had? Gelukkig was er Elke die je gewicht mee opvolgde en steeds maar zei dat je zo'n blije baby was en zoveel moest lachen. En Arlind die me op de babymassage gerust stelde dat je voor de rest meer dan mee kon met de baby's van jouw leeftijd.

En een geluk met een ongeluk, gaf die afvlakkende curve me de motivatie om je zelf te gaan voeden in de kribbe. Dat maakte de aanpassing van altijd samen naar opeens apart voor beide draaglijker. En we bleven op elkaar in gespeeld. Ondertussen vraag je overdag nog zelden om borstje. Heel geleidelijk aan, op ons ritme, maakte je je telkens een beetje meer los van me en won je wat meer zelfstandigheid. 

Makkelijk was het dus niet altijd. Hoewel het ook nooit echt moeilijk was. Het best ging het als ik vertrouwen had in mezelf en in jou. De natuur zit echt wonderlijk slim in elkaar. Het moeilijkst was het als er twijfel ontstond of gezaaid werd. 

Als ik het dus opnieuw zou kunnen doen, zou ik erop vertrouwen dat jij weet wat je nodig hebt en dat mijn lijf weet wat daaraan te doen. Ik zou je dicht bij mij houden, aan je hoofdje snuffelen en je vaak laten drinken. Ik zou mijn tijd niet verspillen aan voedingen noteren en apps bijhouden. En telkens als ik onzeker werd, zou ik naar je kijken. 

Wat een gelukzalig gevoel als je je tegen me nestelt. 

Mijn borstvoedingsverhaalkeyboard_arrow_down

"Ach, als pediater hoef ik jou niet veel te leren! Jij weet natuurlijk alles van baby´s"

Hoe vaak heb ik deze zin wel niet gehoord. En hoe ontzettend klein voelde ik me, omdat ik juist vond dat dat níet zo was. Wat nee, ik snapte er niks van. Dat kleine wezentje wat zo verschrikkelijk veel gevoelens in mij losmaakte. Zo veel liefde, maar ook zo veel wanhoop en frustratie. Dat kleine wezentje wat zo gewenst was. Zelfs zo gewenst dat ik er, ondanks een hele drukke baan als kinderarts, alleen aan begon. Dat wezentje wat me twee lange jaren liet hopen en wanhopen voordat ik het mocht verwelkomen.

Toen ik eenmaal zwanger was, had ik het geromantiseerde beeld van de baby aan de borst in mijn hoofd. Want dat het borstvoeding zou worden, stond voor mij vast. Ik informeerde mij, las talloze borstvoedingsboeken en dacht de meest voorkomende problemen te kennen. Ik kende het belang van het eerste borstvoedingsmoment, ik wist dat goed aanhappen belangrijk was en dat de borstvoeding geen echte pijn mocht doen, ik besefte dat er een leercurve van enkele weken zou zijn voordat het makkelijker zou gaan. Maar ik wist niet dat theorie en praktijk zo mijlenver uiteen konden liggen…

Ik was 40 4/7 weken zwanger toen mijn kleine wezentje na een lange arbeid door zijn sterrenkijkerspositie ter wereld kwam. Na bijna 36 uur weeën was ook mijn baarmoeder moe en verloor ik op korte tijd veel bloed. Te veel bloed. Op het moment dat mijn zoon begon te zoeken naar de borst, werd ik met een veel te lage bloeddruk bijgevuld en volgestopt met medicatie. Op het moment dat ik weer een beetje bij de levenden was, was zoonlief tevreden sabbelend op zijn handje tegen mij aan in slaap gevallen. So far het eerste borstvoedingsmoment.

Ook de dagen erna waren moeilijk: het lukt mijn zoon niet om aan te happen. De combinatie van grote borsten met relatief vlakke tepels en een ongeduldig en hongerig mannetje waren niet ideaal. De vroedvrouwen in het ziekenhuis probeerden hem keer op keer aan de borst te krijgen. Maar ondanks soms 20 of 25 pogingen lukte het niet om hem meer dan 2 of 3 slokken te laten drinken.

Na 2 dagen begon mijn zoon al te overstrekken als ik hem maar installeerde op het borstvoedingskussen om voeding te geven. Mijn baby naar de borst toe bewegen was simpelweg onmogelijk geworden, zo hard als hij zich tegen die beweging verzette waarin elke vroedvrouw hem probeerde te dwingen. Mijn tepels waren rauw door alle aanlegpogingen en de verkeerde techniek. Mijn lichaam schreeuwde "stop" en gelukkig luisterde ik: ik zou alleen nog zelf proberen aanleggen en enkel als de zoon ontspannen was. Na 2 dagen kolven en bijvoeden, het knippen van het tongriempje en 3 types tepelhoedjes later dronk mijn zoon op dag 5 voor het eerst aan de borst.

En toen gingen we naar huis. De ene dag ging beter dan de andere, maar na 4 weken zat ik nog altijd met enorm diepe tepelkloven en pijn, en die stomme tepelhoedjes waardoor de voedingen steeds 1-1.5 uur duurden, er veel lucht werd geslikt en mijn zoon enorm veel krampen en wind had. Mijn eigen thuisvroedvrouw en een lactatiekundige uit het ziekenhuis wisten intussen niet meer goed hoe ze mij en mijn zoon konden helpen.

Intussen was ik óp. Óp van vermoeidheid, óp van de zenuwen. Borstvoeding geven was een obsessie geworden. Want zou ik dan die ene kinderarts zijn die geen borstvoeding zou kunnen geven? In een laatste poging om mijn borstvoeding te redden kwam ik bij Zwanger in Brussel terecht. Ik mocht nog dezelfde week komen. In plaats van binnen 10 minuten te besluiten dat er niks mis was met de aanhap maar dat mijn zoon gewoon een beetje onrustig was, besteedde Elke bijna 1.5 uur aan mij en mijn zoon. Met geduld liet ze hem keer op keer opnieuw proberen juist aan te happen, kalmeerde hem tussendoor, en probeerde opnieuw.

Ook de weken erna werd ik fantastisch ondersteund en groeide mijn vertrouwen in de borstvoeding en in mijzelf als mama. Met veel begeleiding en geduld lukte het me na 8 weken eindelijk om mijn zoon borstvoeding te geven zonder tepelhoedje. De Babyboost (toen nog "Moedermelk en Boterhammen") werd mijn steunnetwerk. Ik durf zelfs te zeggen dat deze dames (vroedvrouwen én andere mama´s) me gered hebben. Eindelijk durfde ik toe te geven dat ik níet alles wist. Dat ik gewoon mama was van mijn eerste kindje, en niet iemand die door haar opleiding alles al moest weten. Dat het oké was dat ik af en toe de wanhoop nabij was, en dat ik dat niet allemaal alleen moest oplossen.

Mijn zoon is intussen bijna 3 jaar oud, maar de dames van de Babyboost spreek ik nog steeds. En ook mijn dochter (11 maanden oud) is een echte Zwanger in Brussel-baby. De ervaring van die tweede is compleet anders, mede omdat ik weet tot wie ik mij kan wenden als ik vragen/ onzekerheden heb.

Dank u Zwanger in Brussel, om mij als kinderarts te leren dat ik gewoon mama mag zijn….

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x