Verhalen

We geven graag een positief en realistisch beeld via verhalen van jullie voorgangers. Heb je zelf je verhaal opgeschreven? Mail het naar info@zwangerinbrussel.be!

Geboorte van Lize in het ziekenhuiskeyboard_arrow_down

Het verhaal van de geboorte van Lize in het ziekenhuis, eerste kindje voor haar mama en papa.

Na een zo goed als zorgeloze zwangerschap ging eind januari, een tiental dagen voor mijn uitgerekende datum, mijn moederschapsrust in. Hoewel ik tot op het einde graag en hard was blijven doorwerken, werd mijn buik de laatste weken toch behoorlijk zwaar… Ik was dan ook dankbaar om de onvoorspelbare hoeveelheid ‘me-time’ die me nog gegund werd vooraleer ik voor het eerst mama zou worden. Met volle teugen genoot ik van lunchdates met vriendinnen, een middagje zwemmen, lezen en series kijken. De praktische voorbereidingen voor de komst van onze dochter waren klaar en dankzij de infoavonden en consultaties bij Zwanger In Brussel voelde ik me ook mentaal zo goed als mogelijk voorbereid op de bevalling. Er restte dus niets meer dan genieten van de ‘stilte voor de storm’ en wachten op de eerste signalen die de geboorte zouden aankondigen. En die signalen lieten niet lang op zich wachten… 

Donderdag 1 februari verlies ik ’s avonds de slijmprop. Op de belbrief lees ik dat dit meestal een teken is dat de bevalling er aan komt, maar dat het evengoed nog een paar dagen kan duren. Ik ga dus gewoon verder met mijn dagelijkse bezigheden, maar vertel wel aan mijn man dat het volgens mij bijna zover is, zodat hij morgen op zijn werk zeker stand-by blijft en er rekening mee kan houden dat hij na het weekend mogelijk zijn vaderschapsverlof zal mogen opnemen. ’s Nachts kan ik de slaap niet vatten door de voorweeën, die een tijdlang om de vijf minuten komen maar nog heel goed hanteerbaar zijn en naar het einde van de nacht weer wegzakken. Vrijdag probeer ik zoveel mogelijk mijn gedachten te verzetten. Ik maak nog een kleine wandeling en maak pannenkoekenbeslag voor ‘s avonds (het is immers Lichtmis!). De pannenkoeken smaken mij echter niet, mijn maag lijkt te protesteren. Een teken aan de wand?

Mijn man en ik zijn nauwelijks gaan slapen of de contracties beginnen weer. Ze zijn pijnlijker dan de afgelopen nacht, maar weerom nog goed te verdragen. Ik besluit om met kersenpitkussen en dekentje naar de zetel te verhuizen en breng daar de hele nacht door. Met een app op mijn GSM time ik de tussenpauzes tussen de weeën en ondertussen probeer ik nog zoveel mogelijk te rusten. Soms zitten er vijf minuten tussen twee weeën, dan weer zeven of acht… De belbrief zegt pas te bellen als de contracties een uur lang om de vijf minuten komen, dus dat betekent dat het nog steeds niet echt begonnen is. Tegen zaterdagochtend ben ik zo moe en onzeker dat ik toch besluit om even te telefoneren om advies te vragen. Elke raadt aan om een paracetamol te nemen en terug onder de wol te kruipen. Ik volg haar suggestie op (en zal haar later vandaag nog dankbaar zijn om deze gouden tip nog eventjes rust te nemen!), maar hoop toch stilletjes dat de weeën zich spoedig echt zullen doorzetten, want nog enkele nachten van dit ‘voorwerk’ zouden me behoorlijk uitputten. Ik breng de ochtend en middag in bed door terwijl de lichte contracties aan regelmaat winnen om dan weer weg te zakken. Om te ontspannen neem ik een warm bad, maar dat brengt helaas niet veel verlichting. In de namiddag beginnen de weeën dan toch eindelijk krachtiger te worden: ik kan ze niet meer opvangen zonder er geluid bij te produceren. Ik kom het bed uit en zoek het gezelschap van mijn man in de living op, waar ik de weeën afwacht en opvang op de zitbal. Tot twee maal toe zitten er vijftig minuten lang vijf minuten of minder tussen twee contracties en dan… zakken de weeën weer weg. Dit wordt stilaan frustrerend… Terug een paracetamol dan maar, en terug het bed in. Onder de warme dekens kom ik echter aan niet veel rust meer toe. Manlief hoort mij vanuit de living op gezette tijden kreunen en komt af en toe kijken en vragen hoe het met me gaat en of hij iets kan doen. Voorlopig blijf ik echter het liefst alleen in het donker liggen. 

Tot rond 17u de weeën onomkeerbaar stevig op gang komen. Ik vat moed nu ik de indruk krijg dat het ‘echte werk’ eindelijk begonnen is en verhuis naar de living, waar ik de contracties opnieuw opvang op de zitbal. Ik probeer ademhalingsoefeningen uit de cursus zwangerschapsyoga toe te passen. Ook herinner ik mij de voornaamste boodschap uit het boek‘Duik in je weeën’: ik probeer de weeën te beleven als golven waar ik me niet door laat overspoelen, maar waarop ik mee surf en waarvan ik weet dat ze ook weer voorbij zullen gaan. Het helpt me om met de toenemende pijn om te gaan. Meer en meer voel ik me in mezelf keren. Het timen van de tussenpauzes tussen de weeën is nu de taak van mijn echtgenoot, net als het aanvoeren van glazen water en tassen warme kippenbouillon met cracotten. En ja, eindelijk begint het vooruit te gaan: al gauw ben ik een uur bezig met pauzes van slechts drie à vier minuten! Mijn man besluit opnieuw de vroedvrouwen te bellen en krijgt dit keer Hanne aan de lijn, die vertelt dat ze zal langskomen om te kijken hoe het vordert. 

De avond valt en tegen 18u arriveert Hanne. Haar aanmoedigingen en geruststellende woorden geven mij het vertrouwen dat ik goed bezig ben. Na zo even rustig bij ons te hebben gezeten stelt ze voor om mijn ontsluiting te checken. Mijn gevoel van blijdschap is groot wanneer die al vijf centimeter blijkt te zijn! Al het milde voorwerk blijkt dus niet voor niets geweest, de arbeid is nu echt ingezet! Hanne stelt voor om niet te lang te wachten met naar het ziekenhuis gaan als ik daar nog wat tijd wil doorbrengen vooraleer "le moment suprême" zich aandient. De grote verloskamer (met bad, touwen, zitbal) waar ik graag wil bevallen blijkt vrij, dus rond 19u (nadat mijn man nog snel iets voedzaam verorberd heeft) vatten we de tocht richting Kliniek Sint-Jan aan, Hanne met de fiets en mijn man en ik met de auto. We wonen op nauwelijks drie kilometer van het ziekenhuis en toch lijkt de autorit eindeloos lang te duren… Het Brusselse verkeer zit ook op deze dag helaas niet mee. Bij elke wee kronkel ik op de passagierszetel. In mijn achterhoofd vraag ik me nog af wat de chauffeurs om ons heen hiervan moeten denken, maar echt veel kan het me niet meer deren. Die bezorgdheid om wat anderen wel van me moeten denken valt helemaal weg van zodra we via de volle wachtzaal van de spoed het ziekenhuis betreden en ik aan de inschrijfbalie vrijwel meteen op de grond zak om op handen en knieën een hevige wee op te vangen. De kracht van de natuur begint het stilaan over te nemen en ik kan niet anders dan er aan toegeven en instinctief meegaan in wat er in mijn lichaam gaande is.

Mijn man duwt mij in een rolstoel richting verloskwartier. We kruisen een aantal mensen die mij succes toewensen (is het zo duidelijk dat ik aan het bevallen ben?), dat geeft moed. Eens in de verloskamer aangekomen moet ik al snel overgeven, het weinige voedsel dat ik vandaag heb binnengekregen, is er alweer uit. Gelukkig zit er Aquarius en druivensuiker in mijn bevallingskoffer om de komende uren te overbruggen. De lichten in de verloskamer zijn sfeervol gedimd en behalve Hanne, Elke en manlief is er niemand aanwezig. Het stelt mij erg op mijn gemak dat ik op dit uitdagend en kwetsbaar moment in mijn leven omringd ben door mensen die ik vertrouw. Al snel vind ik een comfortabele positie om de weeën op te vangen: op mijn knieën op bed, met mijn armen en hoofd rustend op een bal. Ondertussen controleert Hanne de harttonen van ons kindje, die blijken goed te zijn. De weeën worden steeds heviger en mijn man kan dit aan den lijve ondervinden omdat ik hem telkens heel hard in zijn arm knijp. Met de andere hand probeert hij de pijn te verzachten door tijdens de weeën stevig druk te zetten op mijn onderrug. Elke en Hanne blijven bemoedigende woorden mijn richting uit sturen, maar ik ga intussen zo op in wat er in mijn lichaam gebeurt dat gesprekken om mij heen mij grotendeels ontgaan. 

Rond 21u stellen Hanne en Elke voor dat ik nog even naar het toilet probeer te gaan. Plassen lukt niet meer, maar eens op de wc-bril gezeten breken plots mijn vliezen. Het voelt als een ballon die knapt in mijn buik en de pijn is op dat moment toch wel overweldigend. Ik hoor mezelf ongecontroleerd gillen en laat mij door mijn man en Hanne terug richting het bed begeleiden. Ondertussen heb ik volledige ontsluiting en voel ik stilaan de befaamde persdrang opkomen. Ik had me vooraf afgevraagd hoe dit zou voelen en of ik zou weten wat ik zou moeten doen. Dit blijkt zichzelf uit te wijzen. Terwijl mijn man zacht en liefdevol naast mij aanwezig is (en zijn arm gewillig blijft aanbieden voor mijn geknijp), hoor ik Elke zeggen dat het goed vooruit gaat voor een eerste kindje en dat ik goed bezig ben. Dat geeft moed voor deze laatste fase. Eindelijk mag ik actief meewerken en de pijn letterlijk wegduwen. Terwijl Hanne van nabij alles in de gaten houdt, vult Elke nog het bad en zet ze de baarkruk klaar, voor het geval ik van positie zou willen veranderen. Op voorhand had ik verwacht het bad graag te willen uitproberen, maar nu voel ik me toch vooral comfortabel op handen en knieën op het bed. Bijna onmerkbaar monitoren Elke en Hanne de harttonen van ons kindje terwijl ik bij elke perswee mijn krachten bundel om haar geboren te laten worden. Het lijkt goed vooruit te gaan en Hanne trekt alvast haar handschoenen aan. Tussen de weeën door duwt Elke af en toe een nat washandje tegen mijn perineum, een zacht en respectvol gebaar dat erg aangenaam aanvoelt. Ze fluistert tegen mijn man dat de geboorte zeker nog voor 3 februari zal zijn. 

Tegelijkertijd voel ik dat ik aan het einde van mijn krachten ben. Dat persen vind ik toch vermoeiender dan verwacht, waarschijnlijk eisen de weinige uren slaap van de afgelopen nachten nu hun tol. Gelukkig krijg ik tussen twee persweeën telkens een welkome pauze van enkele minuten waarin ik even kan wegdoezelen. Wanneer ik meer dan een uur op handen en knieën aan het persen ben, stellen Elke en Hanne voor om van positie te veranderen. In zijlig komt er meer schot in de zaak. Ten slotte wissel ik nog naar ruglig. Eindelijk komt het hoofdje in zicht. Mijn man is niet afgeschrikt door het feit dat ik nu weldra echt een mensje naar buiten ga persen en gaat nieuwsgierig kijken; zelf kan ik met mijn vingers voor het eerst de haardos van onze dochter voelen. De nakende geboorte geeft de laatste benodigde dosis moed om dit werk af te maken, want ik ben nu echt stilaan uitgeput. Met alle kracht die mij nog rest duw ik uit alle macht. In één perswee komt niet enkel het hoofdje, maar het hele lijfje van onze dochter naar buiten! Hanne vangt haar op en legt haar meteen op mijn borst. Het is 23:02 op een koude zaterdagavond in februari. Ik ben opgelucht en gelukkig dat het persen voorbij is en ook best fier dat mijn lijf deze prestatie klaargespeeld heeft. In één ogenblik is alle pijn verdwenen. 

Mijn man, die tot zijn eigen verbazing niet huilend maar vooral dolgelukkig en benieuwd voor het eerst onze dochter bewondert, mag de navelstreng doorknippen en gaat ons meisje even later mee wegen en meten. Terwijl Hanne en Elke de nageboorte afwachten en een paar kleine hechtingen uitvoeren, genieten we van de eerste huid-op-huid momenten met onze dochter. Welkom, lieve Lize, we zijn zo blij dat jij er bent! 


Geboorte van Anton in het ziekenhuiskeyboard_arrow_down

Het verhaal van de geboorte van Anton in het ziekenhuis, tweede kindje voor zijn mama's.

Donderdagavond 14 februari. Eva en ik kijken naar de finale van De Dag. Ondertussen krijg ik sms'jes van vriendinnen. Of het dan toch geen Valentijnskindje zal worden?
Nee. Gelukkig maar, lijkt me. Je verjaardag wil je niet per se delen met de patroonheilige van de chocoladeharten en de hotelarrangementen.
Maar ik voel wel dat het 'op handen' is. Ik heb veel harde buiken en eerder die dag ben ik een soort yoghurtachtige substantie verloren. Een hele kwa(r)k. Even dacht ik dat het vruchtwater was. Maar het was geurloos en bleef niet lopen. Een telefoontje naar Hanne stelt me gerust. Waarschijnlijk gewoon afscheiding.
We gaan slapen, Eva in de logeerkamer en ik in ons bed. Niet gezellig, al zeker niet op Valentijn, maar de laatste dagen snurk ik zo hard dat Eva zich in een belegerd Bagdad waant.
Om kwart voor drie word ik wakker. Pijnscheuten die van boven naar onder door mijn buik trekken. Hoewel, pijn is veel gezegd. Een zeurderig 'wee' gevoel. Zijn dit contracties? Ik besluit af te wachten en de intervallen te timen. Zo'n 12 minuten. Ik lees nog een uurtje in het exemplaar van 'Duik in je weeën', dat Elke me vorige week heeft uigeleend. Dan trek ik naar de logeerkamer om Eva in te lichten. 'Ik denk dat het begonnen is, schat'. Ze is meteen klaarwakker.

We wachten tot er echt regelmaat in de weeën zit en bellen dan naar Hanne. Ze zal er binnen een uurtje zijn. Ik ijsbeer door de woonkamer. Eva downloadt een weeëntimer en noteert daarin ook de intensiteit: zacht, matig of hard. Wow, dit was een harde, zeg ik. Wist ik veel. Dit was nog niks in vergelijking met het échte werk, maar dat zou ik pas veel later ontdekken.

Hanne arriveert. Zij neemt het timen over en Eva gaat onze zoon Walt wekken en klaarmaken voor school. Tussen de weeën door babbel ik met Hanne. Gewoon wat smalltalk. Dat het zo'n mooi weer belooft te worden. En over haar huisgenoten die zo meeleven met haar avontuurlijke vroedvrouwenbestaan. Walt komt de trap af. 'Is mijn broer er nu al uit?', horen we hem vragen. Hanne schiet in de lach. Kleuters hebben duidelijk een optimistisch beeld over de duurtijd van het geboorteproces.

En dan begint het bekende ochtendritueel. Walt die tergend traag en druk babbelend een boterham binnenwerkt aan de ontbijttafel en de actualiteit op Radio 1 op de achtergrond. Alsof er niets aan de hand is. Plots vallen mijn weeën stil. Volkomen normaal, zegt Hanne, door de drukte. En inderdaad, zodra onze taterwater naar school is, en ik weer in stilte door de woonkamer hobbel, hernemen ze. 

Rond 8u30 checkt Hanne hoe ver we al staan. De baarmoederhals is verstreken en erg soepel, en ik heb anderhalve centimeter opening. Een gunstig touché, noemt Hanne het. Maar omdat we nog een hele weg te gaan hebben, stelt ze voor om nog wat huisbezoeken te gaan doen (de drukke agenda van een vroedvrouw). Ze raadt ons aan om nog even te rusten en rond de middag opnieuw contact op te nemen.

Eva en ik kijken naar een documentaire over de gisteren overleden gitarist Willy Willy van de Scabs. Ik grotendeels rechtstaand, heen -en-weer lopend of wippend op de zitbal. Zodra ik ga zitten of liggen is de pijn erger. Na elke wee moet ik naar het toilet. Vervelend maar dan zal ik al zeker geen kaka moeten doen tijdens het persen, hoop ik stiekem. Ik moet ook overgeven. De foute richting, denk ik. 'Open en onder, open en onder', herhaal ik het riedeltje uit ‘Duik in je Weeën’.

We besluiten een ommetje te gaan maken. Het is prachtig weer. Het voelt heel bijzonder, in het eerste lentezonnetje, wetende dat dit onze laatste wandeling is voor we er een zoontje bij krijgen. Het wandelen bevordert de weeën. Ze komen om de 4 à 5 minuten nu. Ik moet steeds vaker stoppen met wandelen en houd me vast, met mijn armen rond Eva's nek om de wee op te vangen. Gelukkig wonen we in een rustige buurt en zijn er bijna geen mensen op straat. Want het is een heel schouwspel. Een strompelende vrouw die om de zo veel meter halt houdt om met gebogen knieën en de poep achteruit, haar armen rond de nek van haar vriendin te werpen.

Terug thuis bellen we Febe, die nu van wacht is. Omdat de weeën sneller en heviger worden, besluiten we meteen in het ziekenhuis af te spreken. Terwijl Eva de auto laadt, pak ik een dichtbundel vast die op de salontafel ligt. Maya Angelou. Ik lees haar bekendste gedicht ‘Still I Rise’. Over de kracht van vrouwen. En het geeft mij kracht. Ik voel me sterk en op een vreemde manier opgelaten. Ik ben aan het bevallen. Ik ben het gewoon aan het doen. Iets wat generaties vrouwen me hebben voorgedaan. Eindelijk zal ik ook deel uitmaken van die stille, eeuwenoude genootschap. Die gedachte geeft me adrenaline en ik besluit het dichtbundeltje mee te nemen naar het ziekenhuis. Vol vertrouwen stap ik in de auto. Maar daar vallen mijn weeën stil.

Even word ik nerveus. Alles ging zo goed. Waarom valt het nu stil? Ik verlang weer naar toenemende regelmaat en intensiteit van voordien. Naar mijn riedeltjes uit ‘Duik in je Weeën’. Maar ik hoef geen riedeltjes op te zeggen want er gebeurt niets. 1 zwakke wee op de hele weg naar het ziekenhuis, een rit van 20 minuten. Maar dan denk ik aan wat Hanne die ochtend zei. Bij veranderingen van omgeving, van situatie, kan het stilvallen. Ik probeer erop te vertrouwen dat dit maar een tijdelijk intermezzo is.

We parkeren en ik waggel puffend voorbij de bonte mix van mensen die je tegenkomt op de route van de parking naar de ingang van Sint-Jan.

We worden heel vriendelijk ontvangen op het verloskwartier. Ik krijg een balzaal van een verloskamer toegewezen en de vroedvrouw van dienst, Els, zegt me dat ik aan de monitor moet. Ik panikeer even, want ik wil liever niet op bed liggen. De pijn is dan veel heviger. Maar blijkbaar (o dankuwel, Philipstechnologie), bestaan er mobiele contactdoosjes waarmee je draadloos aan de monitor kunt. En waardoor ik dus kan blijven rondwandelen, voor mij de ideale manier om de weeën op te vangen.

Febe arriveert. Ze maakt meteen een van de monitordoosjes los. ‘Deze heb je niet nodig, zegt ze. Je voelt zelf wel hoe intens een wee is, dat hoeven we niet op een schermpje te lezen’. De hartslag van ons kleintje controleert ze wel op gezette tijden. ‘Hij voelt zich goed en heeft er zin in’, zegt ze. Ze komt vastberaden en kalm over, dat stelt me gerust. Febe doet dit elke dag. Vrouwen doen dit elke dag.

Eva installeert mijn derde geboortepartner. Het kleine dingetje dat me door de rest van de bevalling heen zal helpen. Mijn dierbare Bose Soundlink-luidsprekertje (sorry voor de reclame, maar dit is mijn beste aankoop ooit). Ze zet mijn lijst met favoriete muziek op. Muziek. Mijn safe place, mijn manier om in een stemming te komen, om kracht te putten. Terwijl onder meer Nick Drake, Sade en The War on Drugs passeren op de achtergrond, raak ik in een soort ‘interne modus’. Ik ben volledig in mezelf gekeerd en op mezelf gefocust. Ik zie kleurijke patronen voor mijn ogen, als een soort mandala’s. De pijn is sterk en intens maar op een vreemde manier geruststellend, elke wee brengt me dichter bij ons zoontje. Ik voel de geruststellende aanwezigheid van Eva, stilzwijgend en vanzelfsprekend biedt ze me haar nek aan, waar ik regelmatig rond ga hangen als er een hevige wee is. Af en toe voel ik Febe tegendruk geven op mijn onderrug tijdens een wee, wat verlichting brengt.

Febe stelt voor om enkele oefeningen te doen liggend op het bed, waardoor ik mijn bekken kan voorbereiden op de doortocht van de baby. Van de oefening zelf herinner ik me niet veel, dus ik kan het niet exact omschrijven. Behalve dat ik blij was dat ik weer van het bed afkon, en weer rechtstaand, wiegend, boven mijn luidspreker kon gaan hangen, dichtbij de muziek die me in een soort trance brengt.

Wanneer de weeën nog heviger worden, stelt Febe voor het bad te laten vollopen. Ik stap in het bad maar word overmand door de pijn. Ik kan zelfs niet gaan zitten. Ik blijf verkrampt rechtstaan. Voordien had ik de pijn kunnen ‘omarmen’, maar nu lukt dat me niet meer. De pijn omarmt mij, verzwelgt mij. Bij een ongemeen krachtige wee, zie ik plots vanalle schilfertjes in het water drijven. Mijn vliezen zijn gebroken, en de weeën worden nog erger. Plots krijg ik hevige persdrang. Mag ik duwen? Ik moet duwen! Maar omdat ik verkrampt in het bad sta, heeft Febe mijn opening nog niet kunnen checken. Ze wil eerst zeker zijn dat ik volledig ontsloten ben. Eva en Febe moedigen me aan om terug uit het bad te komen. Maar ik blokkeer. Het lukt niet, ik red het niet, is alles wat ik tussen de pijn door kan uitbrengen. Het voelt alsof ik openscheur. In een moment van sterkte denk ik aan het fotoboek BirthDay dat ik van mijn moeder heb gekregen voor mijn verjaardag. Ik zie de foto’s van Congolese vrouwen die gewoon op de grond moeten bevallen, in groezelige kamertjes. Zonder ZIB. Zonder Nick Drake. Zonder Aquarius en Dextro Energy. Zonder het vooruitzicht op een warme douche en een tas soep. De gedachte aan de miljoenen vrouwen in de wereld die in primitieve omstandigheden moeten bevallen, geeft me de kracht om eindelijk uit het bad te sukkelen en naar het bed te strompelen. Febe controleert en ik heb 10 centimeter ontsluiting. Ik mag persen. Halleluja! Draai je maar op je buik, zegt Febe, en dat doe ik. Dit blijkt een heel goed advies. Op handen en knieën persen blijkt voor mij dé manier. Al snel hoor ik Eva zeggen dat ze het hoofdje kan zien. En dat er haar op staat . Ik pers met alle macht die ik in me heb. Open en onder, open en onder, blijf ik in mezelf herhalen, als een soort mantra. Ik voel dat Eva af en toe mijn snot komt afvegen (jawel, ik ben verkouden, uitgerekend nu). Dan gaat ze zo snel mogelijk weer naar het andere eind van het bed om de geboorte van ons kindje vanop de eerste rij mee te maken.

En ja hoor, na een halfuur persen is hij daar. Onze zoon. Onze Anton. Hij is zo klein, hoor ik Eva zeggen. Febe zegt me dat ik hem mag nemen, tussen mijn benen door. En dat doe ik. Het gevoel is overweldigend. Ik heb dit klein nieuw leven op de wereld gezet. Hij ligt op mijn borst, heel wakker, met grote ogen doet hij zijn eerste indrukken op. Ik ben zodanig zo in een roes, dat ik vergeet dat de placenta nog moet komen. Er zijn 40 minuten verstreken, en Febe dringt nu toch aan om wat te duwen (ook al heb ik geen weeën meer) zodat de placenta geboren kan worden. Maar hij komt voorlopig niet. Febe besluit mijn blaas te ledigen via een katheder en dat helpt. Daar komt ook de placenta. Ik hoor Febe aan Eva uitleggen hoe die placenta in mekaar zit, en hoe de vruchtzak eruit ziet waar ons mannetje 9 maanden in gewoond heeft.


Ik blijk enkele kleine scheurtjes te hebben, die Febe vakkundig hecht met behulp van een verdovende spray. Het is 18u ’s avonds en het schemert in Brussel, de verloskamer baadt in een mooi blauw licht. En mijn muziek blijft onverstoord spelen. Vroedvrouw Els van Sint-Jan zegt, ‘amai, dat is hier gezellig’.

En ik kan haar alleen gelijk geven. Gezellig, intiem, intens, bekrachtigend. Een bevalling uit het boekje. Letterlijk. Want als ik later in mijn ZIB-boekje mijn geboorteplan nalees, kan ik bijna overal een kruisje zetten. Arbeid thuis, muziek, geen epidurale, zonder medische interventie, zonder knip. Alleen bij ‘baby spontaan laten aanhappen aan de borst’, kan ik geen kruisje zetten. De borstvoeding zal voor mij en Anton een redelijk lang leerproces blijken. Maar ook dat is intussen goed gekomen. Met dank aan de vroedvrouwen van de materniteit van St.Jan die me hebben bijgestaan die eerste dagen en nachten. Ilse, Els, Inge, Caroline, Gulser, Vera, en iedereen die ik nu nog vergeet.

En vooral ook dank aan Zwanger in Brussel. Om mij het vertrouwen te geven dat ik dit kon. Om vrouwen het vertrouwen te geven in hun eigen kracht.

Dankzij jullie is dat bevallen mij uitstekend bevallen!




Geboorte van Zana in het ziekenhuis, vaderperspectiefkeyboard_arrow_down

Het verhaal van de geboorte van Zana in het ziekenhuis, eerste kindje voor haar mama en papa.

Ik heb twee redenen om ongelooflijk fier te zijn. Een: een maand geleden kreeg ik van een ons goed gezinde Moeder Natuur een prachtige dochter cadeau. Met alles erop en eraan. Gezond en uitermate knap. Ze zou de Miss Baby verkiezing op de materniteit moeiteloos gewonnen hebben. Twee: ik heb een vriendin die gemaakt is om kinderen te baren (dixit onze hulpvaardige vroedvrouw). Twee maal topgeluk want wie heeft er nu niet graag een kind dat van alle oren en poten voorzien is én een vrouw die dan ook nog eens over de juiste skills lijkt te beschikken om dat kleine ukkie ter wereld te brengen. Ik kan je verzekeren, het spaart je heel wat zweet uit.

Net zoals alle andere mannen was ik nerveus voor dit moment suprême. Het besef dat er iets fundamenteel ging veranderen in mijn leven kwam bij mij rijkelijk laat. Zo’n drie dagen na de geboorte. Toen pas leek mijn frank te vallen dat het kleine aapje in mijn armen de rest van haar leven aan mij verbonden zou zijn. Het was een heuglijk moment.

Het besef dat mijn vriendin een natuurlijke krachttoer zou ondergaan kwam ook al rijkelijk laat. Zowat bij de derde wee die uit haar een diepe oerkreet naar boven wist te vissen. Bij de eerste twee weeën was ik te verbouwereerd over wat ik zag en hoorde. Iemand pijn zien hebben omdat hij met z’n knie tegen een tafelpoot stoot is één ding. Je vriendin een wee zien ondergaan is iets helemaal anders. En hoewel de sessies die we volgden, waaronder de bijzonder gezellige avonden bij Zwanger In Brussel, heel wat nuttige info verschaften, lijkt de realiteit nét altijd iets indrukwekkender dan je verwacht had.

En toch kan ik zeggen dat het allemaal beter mee viel dan ik in mijn nachtmerries ervoer. De grootste angst van een man is om zich op zo’n moment aan de zijlijn te moeten toekijken. Iemand over-intense pijn zien ondergaan is uiteraard niet tof. Maar toch moet je proberen om jezelf een plaats te geven. Mij hielp het in elk geval. En als je die plaats er even niet is dan moet je die ook niet forceren. Luister daarom ook naar wat je vrouw of vriendin zegt. De mijne zei al op voorhand dat ik haar met rust moest laten als ze pijn had. Mijn vriendin is een heel zachtaardige en lieve vrouw, maar als ze pijn ondervindt dan plooit ze zich graag in haar zelf op. Ik heb in de eerste uren dan maar het huis opgeruimd. Je bent bezig én je komt na de bevalling in een proper huis terug. Twee vliegen... Maar na alles nog een derde keer drie centimeter verplaatst te hebben, leek het mij wel welletjes geweest. Dan toch maar naast de pijnlijder plaats nemen. En wat blijkt? Er gewoon zijn is op zo’n moment ook al voldoende. Zoals mijn vriendin gevraagd had, ging ik niet over haar hoofdje aaien als ze een pijnscheut in haar rug gespiest kreeg. Ik keek er naar terwijl mijn hoofd de moeilijkst op te lossen rekensom ter wereld leek te verwerken. Tussen de weeën door keuvelden we lekker met de ondertussen toegekomen babyverlostster. Op dit punt van de bevalling zaten we nog steeds thuis, in onze met pianomuziek gevulde woonkamer.

Naarmate de weeën toenamen, nam ook het enthousiasme van onze verloskundige toe. Zij leek commentaar te geven bij een voetbalmatch (“ja, goed zo!” en “moooooi, zo heb ik het graag!”) en werd euforisch bij weer een nieuwe, intensere pijngolf. Onder ons: bevreemdend en geruststellend tegelijkertijd. Het leek op een scene uit een David Lynch film. Twee mensen die in een half verduisterde living staren naar iemand die met de knieën op de grond kreten uit het diepste puntje van haar buik braakt. Ik sloeg een zucht van verluchting wanneer onze vroedvrouw het vertrek naar het hospitaal aankondigde, alwaar wij getroond zouden worden tot de gelukkigste twee mensen op de planeet. 

Over de bevalling zelf zou ik kort kunnen zijn. Het was even zoeken voor mijn vriendin naar de ideale positie. Dat je de bevalling niet meer in bed met je voeten in beugels hoeft te doorstaan is ongetwijfeld een vooruitgang. Het is duidelijk ook een goed bewaard geheim. Tijdens de infosessies bleek dat er maar weinig mensen van op de hoogte waren. Het zoeken naar die ideale positie nam wat tijd in beslag. Meer dan de eigenlijke geboorte. Geen erg. Een goede positie vinden is belangrijk voor alle partijen. En hier in de verloskamer, die op het late uur van onze aankomst er heel rustgevend bij lag, vond ik zelf snel mijn plek. Ik was blij mijn vriendin bij bepaalde posities te kunnen ondersteunen. Wanneer er geperst moest worden kon ik dicht bij haar aanmoedigende woorden toefluisteren. Het leek welkom te zijn. Een hele opluchting want op die manier ben je toch bij de bevalling betrokken en heb je tenminste het gevoel een klein beetje geholpen te hebben.

De rust in het ziekenhuis deed bijna denken aan een vakantiestemming. Het was er enorm warm in de verloskamer. Via het open geklapte raam dwarrelde de stilte van de nachtelijke stad naar binnen. Onze vroedvrouw, mijn god wat ben ik haar dankbaar voor die avond, zat heel de tijd op de grond persweeën te bestuderen. Het feit dat er heel de avond lang niemand anders dan wij drieën - vier als je ons ukje mee rekent - in die kamer waren maakt dat dit een droombevalling is geweest. Geen dokters, geen gynaecologen en geen verpleegsters die de kamer binnen en buiten lopen en dingen roepen die je niet begrijpt. Ik had nooit durven denken dat een bevalling zo rustig kon zijn. In mijn gedachten was het een chaotisch en zenuwachtig gebeuren waarbij je als man ergens in een hoekje staat de draaien terwijl je vriendin je allerlei verwensingen naar het hoofd slingert. Niet dus. Goed, je moet het ook niet vergelijken met een uitstap naar de Beekse Bergen maar vaak wordt het ook overroepen door alle verhalen die je te horen krijgt. 

Als je trouwens rekening zou moeten houden met alle horrorverhalen die je hoort dan zouden de geboortecijfers een diepe duik nemen. Hoeveel mannen hebben de afgelopen maanden niet staan leuteren tegen mij dat het leven voorbij is wanneer dat kind er zou zijn. Of ze verwijzen knipogend naar hun kalende hoofd of hun grijze haren. Volgens mij is het hen vooral te doen om te pochen over iets dat jij nog niet hebt meegemaakt. Op zo’n moment worden muizen wel eens getransformeerd tot olifanten. Onze dochter is nog maar een maand oud, maar ik beloof plechtig nooit aanstaande vaders de kast op te jagen. Integendeel: make love and get pregnant. Het is een fantastische ervaring.


Thuisgeboorte van Landerkeyboard_arrow_down

Het verhaal van de thuisgeboorte van Lander, eerste kindje voor zijn mama en papa.

Zes oktober 2016. De dag die een nieuwe start in ons leven inluidde! De dag ervoor verdween de zwangerschapsvermoeidheid als sneeuw voor de zon en genoten we nog van de laatste zonnestralen met een extra lange avondwandeling. Achteraf vervloekte ik mezelf, want de rugpijn die me vergezelde tijdens de zwangerschap kwam na de wandeling zeer sterk opdraven. Ik was ervan overtuigd dat ik mezelf serieus overschat had. Ook al was ik al een kleine week over tijd, dronk ik liters frambozenbladthee, deed ik stimulerende yoga-oefeningen en had ik er een sessie acupunctuur opzitten - want ik moest en zou thuisbevallen - geen haar op m’n hoofd dacht dat ‘het’ gestart was.

Hans, m’n vriend, ging dus rustig slapen. Ik daarentegen kon moeilijk de slaap vatten door die aanhoudende rugpijn. Een eerste bevalling, wist ik veel hoe dat voelde! Enkele uurtjes en ongemakjes later begon het toch te dagen en voelde ik de rugpijn komen en gaan. Rond vijf uur ’s nachts/ ’s ochtends had ik er genoeg van, volgens het principe 'gedeelde pijn is halve pijn', maakte ik Hans wakker. We lagen lepeltje lepeltje om de pijn in m’n rug te verzachten. Plichtsbewust timede Hans de tijdspanne tussen de weeën. Het was direct voor echt! De tijdspanne was kort, de weeën lang. De plannen om die dag op controle te gaan in het ziekenhuis en het sollicitatiegesprek de dag erop werden naar de prullenbak verwezen! De vroedvrouw bellen leek ons een strakker plan!

Rond zeven uur kwam vroedvrouw Arlind ons geruststellen: het hartje van ons mannetje klopte rustig, zich van geen kwaad bewust, zijn weg naar buiten aan het vrijmaken. Op handen en knieën kon ik het een tijdje verder aan. De weeën werden als maar heviger. Een warm bad bracht in eerste instantie soelaas, maar al snel kon ik met al die veranderingen in m’n lichaam geen blijf meer. De grenzen van het grote ronde opblaasbaar bad werden al plonzend met m’n armen verkend. Arlind bleef er rustig bij, zag dat alles vlot aan het verlopen was en riep er Marloes bij, de tweede vroedvrouw van wacht. We lieten het bad voor wat het was en ik zette de laatste fase op m’n hurken in. Ik mocht starten met persen! Nu zou het niet meer lang duren, verzekerden ze me. Tussen de weeën in trok Hans me telkens op ons bed om uit te rusten. Maar dat persen bleef maar duren en duren.

Marloes en Arlind bleven er kalm onder, ik zag hen zelfs af en toe gniffelen naar elkaar. De reden van dat gniffelen werd al snel duidelijk, onze kleine meneer kwam in een ongescheurd waterzakje tevoorschijn. Ik was zodanig onder de indruk door de veranderingen in m’n lichaam dat ik uit het oog verloren was dat m’n water nog niet gebroken was! Arlind bevrijde kleine Lander uit z’n privé zwembadje en legde hem na z’n eerste kreetjes naakt op m’n buik. Een roos mollig wezentje lag rond 13u uitgeput op me in te dommelen. Enkele uurtjes later trokken Arlind en Marloes de deur achter zich dicht en waren we voor eerst gezellig met z'n drietjes alleen thuis. Zalig!

Gelukkig hielden de vroedvrouwen wel nog een oogje in het zeil en stond Febe ons bijvoorbeeld bij met allerlei borstvoedingstips en tricks! Ons avontuur was perfect gelanceerd!


Thuisgeboorte van Febe, vaderperspectiefkeyboard_arrow_down

Het verhaal van de thuisgeboorte van Febe, tweede kindje voor haar mama en papa.

Donderdagochtend 26 april hoor ik Bent zeuren door de babyfoon: tijd om op te staan! Ik haal ons zoontje uit z’n bed, zet hem in de badkamer op het ververskussen en help ‘m uit zijn luier. Ondertussen trekt hij ogen groter dan watermeloenen en roept hij ontzettend enthousiast: “Kijk papa! Een baby!” Door de deuropening ziet hij z’n mama in bed liggen met het pasgeboren zusje.

Vroedvrouwen Elke en Febe zijn op dit moment al de deur uit, nadat ze mee geschreven hebben aan een fantastische pagina in het verhaal van ons gezin. Tweeënhalf jaar geleden ging dat van start met Bents geboorte in het UZ, vandaag komt daar bij ons thuis Febe bij – en hoe!

Bij Bent overwogen we de optie van een thuisbevalling al, maar bleef de twijfel te groot. Is een ziekenhuis niet veiliger? Willen we bevallen in ons huurappartementje? We besloten gewoon in het UZ te bevallen – en ervaring op te doen voor de volgende kindjes. Er kwamen hele sympathieke vroedvrouwen aan te pas, een inleiding, een pijnlijk knipje, weinig tot geen communicatie ondanks uitgeschreven bevallingswensen, onzekerheid over het gemak van een tweepersoonskamer,… Al bij al een gewone bevalling.

Het ziekenhuis is geen verschrikkelijke plek. De dokters kennen hun stiel. De vroedvrouwen en verplegers zijn vriendelijk. De kamers zijn in orde. De bezoekers vinden hun weg dankzij kleurrijke kronkelende lijnen. De plastic maaltijden zijn opgesteld door een diëtist. Maar toch: dit moet fijner kunnen. Aangenamer. Spontaner. Natuurlijker. Rustiger. Normaler, eigenlijk.

We kennen Zwanger In Brussel intussen een beetje en willen graag onze tweede bevalling met hen thuis meemaken. We hakken de knoop niet meteen door, waardoor we redelijk laat vragen of er nog een thuisbevalling bij kan: gelukkig is er nog plaats voor ons! Na enkele voorbereidende gesprekken voelen we er ons helemaal klaar voor: nu is het enkel nog wachten tot de baby evenveel zin heeft om de wereld te ontdekken als wij haar. Ze laat echter op zich wachten, en 8 dagen na de uitgerekende datum slaat de schrik toe dat we toch opnieuw in het UZ zullen horen dat een inleiding nodig zal zijn.

Dan maar gaan zaalvoetballen, denk ik, het zal m’n gedachten verzetten. (Tip aan alle toekomstige ouders: maak uw agenda niet leeg om op een bevalling te anticiperen! Afwachten met niets om handen is niet goed voor uw bloeddruk!) Om 22u ben ik terug en ga ik Kim dagzeggen, ze leest nog rustig een boek in bed. Om 24u ga ik zelf slapen… en Kim blijkt doodleuk weeën te hebben! We timen ze: ze volgen elkaar al snel op, zo’n 4 à 5 minuten. Dan toch? Ongeloof en verwondering? Steeds houden we de klok in het oog om te beslissen of we wel degelijk moeten bellen naar ZIB. Voor we het weten is het al 1u.

Kim belt, maar twijfelt: de intensiteit van de weeën lijkt wel mee te vallen? Elke raadt aan om nog even in een bad of douche te springen. Het wordt een bad en het doet deugd: de weeën komen zachter aan… maar ook minder snel. “Dit zal niet waar zijn”, denkt Kim, “straks stopt dat hier en komt de bevalling toch niet gewoon op gang” en ze springt uit bad. (Nu ja, ‘springt’). De weeën worden effectief weer steviger en terwijl Kim zich opnieuw afvraagt of we Elke echt wel wakker mogen bellen, is het tijd om toch even te pretenderen dat je als man iets te zeggen hebt tijdens een bevalling: Euh ja, we bellen, quoi. Om 2u40 bellen we Elke opnieuw, om 3u10 staat ze aan onze deur, en meteen met goed nieuws. Kim hoopt immers ‘dat ze toch al 2 cm ontsluiting zal hebben’. Nou, het blijken er al 7 te zijn. Nu gaat alles snel: Elke belt tweede vroedvrouw Febe, Kim zoekt houdingen om de weeën op te vangen, ik probeer niet in de weg te lopen en warm op professionele wijze kersenpitkussens op.

Als Febe toekomt, is er een extra paar handen om ook gauw de baarkruk uit de auto te halen. Ik installeer me op een stoel achter deze kruk zodat ik Kim kan ondersteunen en moed influisteren. Maar op dit punt –en veel eerder- moet ik benadrukken dat ik al lang volkomen vertrouwen heb in Kim. Zij kan dit best. Ik vind haar een natuurtalent. Een bevalling roept honderden vraagjes op: hoe doe ik dit, hoe lukt dat het best? maar de antwoorden komen vanzelf bij Kim. De weeën zijn nu duidelijk overgegaan in persweeën. Het water breekt. Een tweetal persweeën lijken te dienen ter opwarming, daarna is ’t serieus: een keer of drie meepersen en Febe is geboren!

(Enige verwarring bij de lezer is nu mogelijk. Jazeker, vroedvrouw Febe heeft zonet kindje Febe mee op de wereld gebracht)

Elke wikkelt de navelstreng rond de hals terug los. In een warme handdoek komt Febe meteen bij Kim liggen. Een onbeschrijflijke mix van ongeloof, opluchting, gelukzaligheid en voldoening overvalt ons weer: het is gelukt, en we kruipen nu in ons eigen bed, tussen onze dekens, in ons huis, waar Kim Febe warmhoudt, voor ze straks flink zal beginnen drinken, en ik de navelstreng doorknip. De nageboorte gaat vlot, de eerste papieren worden ingevuld, een eerste berichtje naar de familie wordt verstuurd.

En enkele uren later wordt Bent wakker. Hij heeft nog geen idee wat hij gemist heeft die nacht.

Borstvoeding: het liep niet van een leien dakjekeyboard_arrow_down

Als je aan je oortjes begint te frunniken terwijl je oogjes zachtjes dicht vallen, als je opgelucht zucht en je tegen me aan vlijt, als je schuin kijkend moet lachen met je grote broer, als je traantjes drogen en je troost vindt, als je gezichtje volledig ontspant in een diepe slaap, als je handjes zoeken naar een bloot stukje vel, overvalt een overweldigend gevoel van liefde en trots me. 18 maanden al zijn we op elkaar in- en afgesteld. 's Nachts zoeken we elkaar in het donker, zonder echt wakker te worden of de ogen te openen. Soms wordt het me allemaal wel eens wat veel, wil ik slapen of weggaan zonder jou. Maar dan kijk je naar mij, zo mooi, zo lief, zo onschuldig, en ben ik weer blij dat ik je nog altijd je steun, je rust, je borstje mag geven. 

Het liep nochtans niet altijd van een leien dakje. 

In het ziekenhuis liet ik me teveel afleiden, waardoor je te weinig at en je opeens dringend bij gevoed moest worden. Je kreeg alleen mama-melk, maar verleerde heel snel het happen. En ik werd geconfronteerd met mijn onzekerheid: misschien wilde je mijn borst niet. Gelukkig kreeg ik je snel terug aan de borst. Jochei! Eerste euvel overwonnen!! 

Wat later kwam je niet goed bij. En wat werd ik weer ongerust. Week na week zei de weegschaal niet wat ik wou. 3 lange maanden van twijfel en zoeken naar wat dat nu toch kon veroorzaken. Ik probeerde alles: vaker voeden, minder afleiding, liggend voeden... tot motilium toe. Ik installeerde zelfs zo'n stomme app op mijn telefoon die het aantal voedingen en de curve bijhoudt. En wat twijfelde ik aan mezelf. Gaf ik je wel alles wat je nodig had? Gelukkig was er Elke die je gewicht mee opvolgde en steeds maar zei dat je zo'n blije baby was en zoveel moest lachen. En Arlind die me op de babymassage gerust stelde dat je voor de rest meer dan mee kon met de baby's van jouw leeftijd.

En een geluk met een ongeluk, gaf die afvlakkende curve me de motivatie om je zelf te gaan voeden in de kribbe. Dat maakte de aanpassing van altijd samen naar opeens apart voor beide draaglijker. En we bleven op elkaar in gespeeld. Ondertussen vraag je overdag nog zelden om borstje. Heel geleidelijk aan, op ons ritme, maakte je je telkens een beetje meer los van me en won je wat meer zelfstandigheid. 

Makkelijk was het dus niet altijd. Hoewel het ook nooit echt moeilijk was. Het best ging het als ik vertrouwen had in mezelf en in jou. De natuur zit echt wonderlijk slim in elkaar. Het moeilijkst was het als er twijfel ontstond of gezaaid werd. 

Als ik het dus opnieuw zou kunnen doen, zou ik erop vertrouwen dat jij weet wat je nodig hebt en dat mijn lijf weet wat daaraan te doen. Ik zou je dicht bij mij houden, aan je hoofdje snuffelen en je vaak laten drinken. Ik zou mijn tijd niet verspillen aan voedingen noteren en apps bijhouden. En telkens als ik onzeker werd, zou ik naar je kijken. 

Wat een gelukzalig gevoel als je je tegen me nestelt. 

Mijn borstvoedingsverhaalkeyboard_arrow_down

"Ach, als pediater hoef ik jou niet veel te leren! Jij weet natuurlijk alles van baby´s"

Hoe vaak heb ik deze zin wel niet gehoord. En hoe ontzettend klein voelde ik me, omdat ik juist vond dat dat níet zo was. Wat nee, ik snapte er niks van. Dat kleine wezentje wat zo verschrikkelijk veel gevoelens in mij losmaakte. Zo veel liefde, maar ook zo veel wanhoop en frustratie. Dat kleine wezentje wat zo gewenst was. Zelfs zo gewenst dat ik er, ondanks een hele drukke baan als kinderarts, alleen aan begon. Dat wezentje wat me twee lange jaren liet hopen en wanhopen voordat ik het mocht verwelkomen.

Toen ik eenmaal zwanger was, had ik het geromantiseerde beeld van de baby aan de borst in mijn hoofd. Want dat het borstvoeding zou worden, stond voor mij vast. Ik informeerde mij, las talloze borstvoedingsboeken en dacht de meest voorkomende problemen te kennen. Ik kende het belang van het eerste borstvoedingsmoment, ik wist dat goed aanhappen belangrijk was en dat de borstvoeding geen echte pijn mocht doen, ik besefte dat er een leercurve van enkele weken zou zijn voordat het makkelijker zou gaan. Maar ik wist niet dat theorie en praktijk zo mijlenver uiteen konden liggen…

Ik was 40 4/7 weken zwanger toen mijn kleine wezentje na een lange arbeid door zijn sterrenkijkerspositie ter wereld kwam. Na bijna 36 uur weeën was ook mijn baarmoeder moe en verloor ik op korte tijd veel bloed. Te veel bloed. Op het moment dat mijn zoon begon te zoeken naar de borst, werd ik met een veel te lage bloeddruk bijgevuld en volgestopt met medicatie. Op het moment dat ik weer een beetje bij de levenden was, was zoonlief tevreden sabbelend op zijn handje tegen mij aan in slaap gevallen. So far het eerste borstvoedingsmoment.

Ook de dagen erna waren moeilijk: het lukt mijn zoon niet om aan te happen. De combinatie van grote borsten met relatief vlakke tepels en een ongeduldig en hongerig mannetje waren niet ideaal. De vroedvrouwen in het ziekenhuis probeerden hem keer op keer aan de borst te krijgen. Maar ondanks soms 20 of 25 pogingen lukte het niet om hem meer dan 2 of 3 slokken te laten drinken.

Na 2 dagen begon mijn zoon al te overstrekken als ik hem maar installeerde op het borstvoedingskussen om voeding te geven. Mijn baby naar de borst toe bewegen was simpelweg onmogelijk geworden, zo hard als hij zich tegen die beweging verzette waarin elke vroedvrouw hem probeerde te dwingen. Mijn tepels waren rauw door alle aanlegpogingen en de verkeerde techniek. Mijn lichaam schreeuwde "stop" en gelukkig luisterde ik: ik zou alleen nog zelf proberen aanleggen en enkel als de zoon ontspannen was. Na 2 dagen kolven en bijvoeden, het knippen van het tongriempje en 3 types tepelhoedjes later dronk mijn zoon op dag 5 voor het eerst aan de borst.

En toen gingen we naar huis. De ene dag ging beter dan de andere, maar na 4 weken zat ik nog altijd met enorm diepe tepelkloven en pijn, en die stomme tepelhoedjes waardoor de voedingen steeds 1-1.5 uur duurden, er veel lucht werd geslikt en mijn zoon enorm veel krampen en wind had. Mijn eigen thuisvroedvrouw en een lactatiekundige uit het ziekenhuis wisten intussen niet meer goed hoe ze mij en mijn zoon konden helpen.

Intussen was ik óp. Óp van vermoeidheid, óp van de zenuwen. Borstvoeding geven was een obsessie geworden. Want zou ik dan die ene kinderarts zijn die geen borstvoeding zou kunnen geven? In een laatste poging om mijn borstvoeding te redden kwam ik bij Zwanger in Brussel terecht. Ik mocht nog dezelfde week komen. In plaats van binnen 10 minuten te besluiten dat er niks mis was met de aanhap maar dat mijn zoon gewoon een beetje onrustig was, besteedde Elke bijna 1.5 uur aan mij en mijn zoon. Met geduld liet ze hem keer op keer opnieuw proberen juist aan te happen, kalmeerde hem tussendoor, en probeerde opnieuw.

Ook de weken erna werd ik fantastisch ondersteund en groeide mijn vertrouwen in de borstvoeding en in mijzelf als mama. Met veel begeleiding en geduld lukte het me na 8 weken eindelijk om mijn zoon borstvoeding te geven zonder tepelhoedje. De Babyboost (toen nog "Moedermelk en Boterhammen") werd mijn steunnetwerk. Ik durf zelfs te zeggen dat deze dames (vroedvrouwen én andere mama´s) me gered hebben. Eindelijk durfde ik toe te geven dat ik níet alles wist. Dat ik gewoon mama was van mijn eerste kindje, en niet iemand die door haar opleiding alles al moest weten. Dat het oké was dat ik af en toe de wanhoop nabij was, en dat ik dat niet allemaal alleen moest oplossen.

Mijn zoon is intussen bijna 3 jaar oud, maar de dames van de Babyboost spreek ik nog steeds. En ook mijn dochter (11 maanden oud) is een echte Zwanger in Brussel-baby. De ervaring van die tweede is compleet anders, mede omdat ik weet tot wie ik mij kan wenden als ik vragen/ onzekerheden heb.

Dank u Zwanger in Brussel, om mij als kinderarts te leren dat ik gewoon mama mag zijn….

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x